Nieuws over de ligplaatsvergunning.

Op 28-02-2013 heeft het WBK een brief aan wethouder W. Paquay geschreven met het verzoek intrekking voorwaarden in de nieuwe permanente ligplaatsvergunning. Daarop is op 23 april jl. een antwoord gekomen (lees de brief hier). Omdat het WBK gematigd optimistisch was over de inhoud van de brief van 23 april j. is op 21 mei jl. een reactie op de brief van het stadsdeel gegeven (lees de brief hier).

Onze argumenten hebben er voor het stadsdeel toe geleid om de ligplaatsvergunning aan te passen en om de voorwaarden die met andere regelgeving te maken hebben, niet meer op te nemen. Het stadsdeel gaat niet over tot intrekking van verleende vergunningen (waar wij om verzocht hebben), omdat het volgens het stadsdeel niet mogelijk is om zonder directe aanleiding of zonder verzoek van de vergunninghouder de vergunning te wijzigen.

Dit betekent dat bewoners die recent een ligplaatsvergunning met de nieuwe voorwaarden hebben ontvangen, zelf met het stadsdeel contact op moeten nemen om de vergunning te vervangen voor een vergunning zonder de voorwaarden.

Bewoners let op uw ligplaatsvergunning !.

Er wordt een nieuwe ligplaatsvergunning voor onbepaalde tijd afgegeven, bij wisseling van eigenaar, bij vervanging van de woonboot, en na afloop van de drie jaren termijn.

Het blijkt dat de nieuwe ligplaatsvergunning sinds kort “voorwaarden” bevatten die tot intrekking van de vergunning kunnen leiden. U kunt binnen 6 weken na verzenden van de vergunning op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar maken tegen deze voorwaarden, anders zijn deze definitief.

Er worden verschillende vergunningen en voorwaarden uitgegeven die sterk afwijken van eerdere vergunningen, die alleen bepalingen bevatten die voor het innemen van de ligplaats noodzakelijk zijn. Het gevolg is een ongelijke behandeling ten opzichte van eerdere afgegeven vergunningen van onbepaalde tijd en zonder genoemde voorwaarden en toevoegingen. Het WBK heeft daarom per een brief aan de portefeuillehouder verzocht om de bewoners die na 2010 een ligplaatsvergunning met de nieuwe voorwaarden hebben ontvangen een nieuwe ligplaatsvergunning te verstrekken en een einde te maken aan deze rechtsongelijkheid en willekeur. Bewoners die onlangs een nieuwe of vervangingsvergunning hebben ontvangen en bezwaar willen (let op termijn 6 weken) maken tegen deze nieuwe voorwaarden, kunnen via het WBK het adres opvragen van een jurist daarin  gespecialiseerd is.

Klik hier voor de brief naar de portefeuillehouder >>

 

Ligplaatsvergunning

Het blijkt dat sommige bewoners vergeten om een nieuwe ligplaatsvergunning (3 jaar geldig) aan te vragen. Maar als er bijvoorbeeld een nieuwe hypotheek nodig is dan heb je een geldige ligplaatsvergunning nodig.

Bewoners waarvan de vergunning inmiddels verlopen is, kunnen bij het stadsdeel een vergunning aanvragen die in het vervolg niet slechts drie jaar geldig is maar nu permanent.

Daartoe heeft het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel Noord op 18 maart 2008 het besluit genomen “ om in het vervolg alle ligplaatsenvergunningen voor woonboten voor onbepaalde tijd te verlenen. Dit is het beleid voor alle nieuwe aanvragen om een ligplaatsvergunning”.

Het beleid voor permanente ligplaatsen luidt als volgt:

Het dagelijks bestuur heeft besloten om met ingang van heden alleen permanente ligplaatsvergunningen voor woonboten te verlenen. Tot nu toe worden ligplaatsvergunningen voor woonboten voor drie jaar verleend. Zodra woonboten in een bestemmingsplan zijn opgenomen wordt een permanente ligplaatsvergunning verleend. Dit is in Amsterdam-Noord het beleid sinds de vaststelling van de nota Woonschepenbeleid 1991.

Het oude beleid had nadelen. Iedere drie jaar moest opnieuw een vergunning worden aangevraagd. Dat leidde voor bewoners en ook voor het stadsdeel tot werk en kosten. In de praktijk werden om die reden vaak ook geen nieuwe vergunningen meer aangevraagd. Het verandert ook nauwelijks iets aan de juridische status van een woonboot. Het dagelijks bestuur heeft daarom besloten om in het vervolg alle nieuwe ligplaatsenvergunningen voor onbepaalde tijd te verlenen. Dit is nu het beleid voor alle nieuwe aanvragen om een ligplaatsvergunning.

Bij het verstrekken van een nieuwe ligplaatsvergunning is een informatieve mededeling opgenomen over het huren van grond (zie ook de krant van december 2010) na overleg met de verantwoordelijke wethouder zal de tekst in nieuw te verstrekken vergunningen aangepast worden.

Ligplaatsvergunning stadsdeel Noord

In augustus jl. ontving een bewoner een ligplaatsvergunning voor de tijdsduur van 1 jaar. Daartegen is bezwaar gemaakt omdat het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel Noord op 18 maart 2008 per direct het volgende besluit heeft genomen: alleen permanente ligplaatsvergunningen voor woonboten te verlenen. Tot nu toe worden ligplaatsvergunningen voor woonboten voor drie jaar verleend. Zodra woonboten in een bestemmingsplan zijn opgenomen wordt een permanente ligplaatsvergunning verleend. Dit is in Amsterdam- Noord het beleid sinds de vaststelling van de nota Woonschepenbeleid 1991. Dit beleid heeft nadelen. Iedere drie jaar moet opnieuw vergunning worden aangevraagd. Dat leidt voor de bewoners en voor het stadsdeel tot werk en kosten. In de praktijk worden om die reden vaak ook geen nieuwe vergunningen meer aangevraagd. Verder verandert het nauwelijks iets aan de juridische status van een woonboot. Het Dagelijks Bestuur heeft daarom besloten om in het vervolg alle ligplaatsvergunningen voor woonboten voor onbepaalde tijd te verlenen. Dit is het beleid voor alle nieuwe aanvragen om een ligplaatsvergunning.

Inmiddels is aan deze bewoner een ligplaatsvergunning voor onbepaalde tijd verstrekt.

Bij een vervangingsvergunning in september jl. voor een nieuwe woonboot blijkt de vergunning een nieuwe toevoeging gekregen te hebben namelijk: indien vergunninghouder gebruik wil maken van de bij de woonboot behorende grond of water moet hiervoor een overeenkomst worden gesloten met het stadsdeel De huurprijs bedraagt € 5.50 per m2 per jaar waarbij als peildatum geldt: 1 januari 2009. De huurprijs kan jaarlijks worden geïndexeerd.

Het WBK heeft met de wethouder die dit in zijn portefeuille heeft contact opgenomen. Aangegeven is dat het Dagelijks Bestuur aan een publiekrechtelijke vergunning geen privaatrechtelijke voorwaarden kan verbinden en dat dit uit de ligplaatsvergunning verwijderd dient te worden. De ligplaatsvergunning dient alleen bepalingen te bevatten die voor de ligplaats (in het water) van belang is.

Uit een ambtelijk antwoord blijkt dat het Dagelijks Bestuur inderdaad geen privaatrechtelijke voorwaarden aan de vergunning kan verbinden. De verordening op de haven en binnenwater, waar de ligplaatsvergunning in wordt geregeld, staat dat namelijk niet toe. Maar volgens de ambtenaar is de tekst voor gebruik van gemeentegrond, niet meer dan een informatieve mededeling en kan niet leiden tot intrekking van de ligplaatsvergunning. Opnieuw is aan de wethouder gevraagd om deze toevoeging uit deze ligplaatsvergunning te halen, het hoort immers niet thuis in de ligplaatsvergunning. Het lijkt op willekeur, omdat in oktober jl. wel weer een vergunning voor onbepaalde tijd is verstrekt zonder deze “informatieve mededeling”.

Bewoners let erop dat wanneer uw vergunning van drie jaar verlopen is en vervangen dient te worden, u een vergunning zonder deze informatieve mededeling ontvangt.

Tarieven ligplaatsvergunning

Per 1 januari 2009 zijn in Noord de tarieven voor een ligplaatsvergunning, verbouwing- of vervangingsvergunning voor een woonboot fors verhoogd. De verhoging van deze overheidstarieven is een beetje hoger uitgevallen dan de jaarlijkse inflatie van 1% zoals die door het CPB voor 2009 voorspeld wordt. Dat komt doordat het de bedoeling was dat de stadsdelen hun tarieven gelijk zouden trekken. Bedoeld om ongelijkheid in de behandeling van Amsterdammers te voorkomen. Opmerkelijk is dat als uitkomst voor de hoogste tarieven is gekozen en niet voor de laagste.  
  

tarieven Stadsdeel Noord in Euro

2008

2009

verhoging

ligplaatsvergunning

59,9

212

254%

verbouwingsvergunning

114

245

115%

vervangingsvergunning

173,9

409

135%

 Voor ingehuurd projectmanagement werd door stadsdelen twee jaar geleden nog € 90,- per uur betaald. Moeten we nu echt geloven dat de vervanging van een woonboot naast wat postzegels ook nog 4½ uur bestuurlijke studie op academisch nivo kost?

Permanente ligplaatsen

Uit: Noord Amsterdams Nieuwsblad 25 maart 2008

Permanente ligplaatsen woonboten. Het dagelijks bestuur heeft besloten om met ingang van heden alleen permanente ligplaatsvergunningen voor woonboten te verlenen. Tot nu toe worden ligplaatsvergunningen voor woonboten voor drie jaar verleend. Zodra woonboten in een bestemmingsplan zijn opgenomen wordt een permanente ligplaatsvergunning verleend. Dit is in Amsterdam-Noord het beleid sinds de vaststelling van de nota Woonschepenbeleid 1991. Dit beleid heeft nadelen. Iedere drie jaar moet opnieuw vergunning worden aangevraagd. Dat leidt voor bewoners en voor het stadsdeel tot werk en  kosten. In de praktijk worden om die reden vaak ook geen nieuwe vergunningen meer aangevraagd. Verder verandert het nauwelijks iets aan de juridische status van een woonboot. Het dagelijks bestuur heeft daarom besloten om in het vervolg alle ligplaatsvergunningen voor woonboten voor onbepaalde tijd te verlenen. Dit is het beleid voor alle nieuwe aanvragen om ligplaatsvergunning.

Aangewezen ligplaatsen (art. 31 WW)

Omdat wethouder K. Diepeveen niet reageerde op onze mail met een verzoek om een gesprek over het rapport en conclusie van de gemeentelijke Ombudsman m.b.t. de aangewezen ligplaatsen (art. 31 WW), hebben wij alsnog een brief aan het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Noord geschreven (zie verder in de krant – brief 11 oktober j.l. en om een gesprek verzocht.
Op 31 oktober heeft dit gesprek eindelijk plaatsgevonden met wethouder. K. Diepeveen bijgestaan door ambtenaar Mw. J. van Baak (neemt taak van dhr. Th. van Gorsel over).Namens het Landelijk Woonschepen Overleg was Eric Blaauw  aanwezig en namens het WBK Gerda van Zelst.

Door de bootvertegenwoordigers is hun ongenoegen geuit omdat het rapport al op 21 juli 2006 aan de wethouder was verzonden. Sindsdien verstreken 3 maanden en heeft het stadsdeel niets met het rapport gedaan. Het rapport is duidelijk: de onderzochte gedragingen zijn onzorgvuldig beoordeeld en de ombudsman noemt in zijn overweging ondermeer: “ dat het stadsdeel zich actief dient in te zetten om de bewoners de officiële vergunning te bezorgen “. De wethouder heeft zijn excuses aangeboden en vond het niet netjes dat niet eerder is gereageerd, maar had aangenomen dat de ambtenaar die inmiddels bij het stadsdeel weg is, dat zou doen. Ook was hij hooglijk verbaasd dat het stadsdeel niet in het gelijk was gesteld; de wethouder was daar namelijk van overtuigd. Het verbaasde de vertegenwoordigers (LWO en WBK) niet dat zij in het gelijk waren gesteld omdat het handelen van het stadsdeel geen recht deed aan de bestaande rechten. Het wordt tijd om de vergunning zonder allerlei plichtplegingen te verstrekken, zoals door de ombudsman is opgedragen.

Er is met de wethouder afgesproken, dat bij de aangewezen ligplaatsen  gecontroleerd wordt wie van de eigenaren nog geen vergunning heeft. Er wordt een conceptvergunning gemaakt met de vraag aan de bewoners of de gegevens kloppen, aan te vullen en terug te sturen. Eind november zou dat geregeld moeten zijn en aan het eind van dit jaar moet de vergunning voor onbepaalde tijd dan zijn verstrekt aan de bewoners op de aangewezen ligplaatsen en is dit punt afgehandeld. Nader bericht: de bewoners van aangewezen ligplaatsen hebben inmiddels een brief ontvangen met de vraag of de gegevens kloppen, de naam van de eigenaar, lengte, breedte, diepgang en hoogte van de woonboot. Let u goed op of de aangegeven maten kloppen want het blijkt dat niet overal klopt, en neemt u een kopie van de aanvraag voor uw eigen archief.

Aangewezen ligplaatsen

Het Dagelijks Bestuur
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam

Amsterdam, 11 oktober  2006

Betreft: rapport/conclusie van de Gemeentelijke Ombudsman van 21 juli 2006  m.b.t.
aangewezen ligplaatsen (art. 31 WW)

Geacht bestuur,

Op 21 juli 2006 is het Woonboten Komitee Zijkanaal I e.o. (WBK) door de Gemeentelijke Ombudsman in het bezit gesteld van het rapport over het handelen van het stadsdeel Amsterdam-Noord, met betrekking tot de afgifte van een vergunning, ten opzichte van de bewoners die ligplaats innemen op een aangewezen locatie, zoals genoemd in art. 31 van de Woonschepen Wet (WW).

De ombudsman heeft het gemeentelijk handelen getoetst aan behoorlijkheidsvereisten. Hij vindt dat het handelen van het stadsdeel geen recht doet aan de bestaande rechten van de bewoners en heeft de onderzochte gedraging als onzorgvuldig beoordeeld.

In zijn overweging stelt de ombudsman ondermeer: “ dat het stadsdeel zich actief dient in te zetten om de bewoners de officiële vergunning te bezorgen. Actief, want de geschiedenis laat zien dat de bewoners niet als willekeurige aanvragers beschouwd kunnen worden.”

De vergunningverlening met betrekking tot art.31 plaatsen en afhandeling van de rapportage van de Gemeentelijke Ombudsman valt feitelijk onder de verantwoordelijkheid van de wethouder van Ruimtelijke Ordening K. Diepeveen. Het rapport is door de Gemeentelijke Ombudsman daarom ook aan de portefeuillehouder gestuurd.

Eerdere brieven over dit onderwerp zijn ondertekend door de voorzitters van het Dagelijks Bestuur (mw. J. Peppels en R. Post). Het WBK heeft het DB daarom per e-mail een kopie van het rapport van de Gemeentelijke Ombudsman toegezonden en aan de wethouder RO gevraagd om een afspraak met het WBK te maken om het een en ander adequaat op te lossen. Maar er is tot op heden geen reactie gekomen en wij constateren dat er inmiddels 2 ½ maand is verstreken en niets gedaan is met de conclusie en aanbevelingen van de Ombudsman.

Wij gaan er vanuit dat het Dagelijks Bestuur de conclusie van de Ombudsman niet naast zich neer zal leggen en met het WBK een afspraak maakt om op korte termijn tot afspraken te komen om de bewoners (die nog geen vergunning hebben) op de aangewezen ligplaatsen een ligplaatsvergunning te verstrekken.

Hopende op een snelle reactie vanuit het DB of van de portefeuillehouder.

Met vriendelijke groet,

G. van Zelst,
Namens het Woonboten Komitee Zijkanaal I e.o.

Stand van zaken; aangewezen ligplaatsen art. 31.

Op 24 april jl. is door de Ombudsman een hoorzitting belegd. De vertegenwoordiger van het WBK en Landelijk Woonschepen Overleg (G.van Zelst en E. Blaauw) en een vertegenwoordiger van het stadsdeel (Th. van Gorsel) zijn in de gelegenheid gesteld om hun standpunten kenbaar te maken. Van de hoorzitting is een verslag op 6 juni binnen gekomen waar nog schriftelijk op gereageerd kan worden. Daarna zal een rapport door de Ombudsman opgesteld worden en verzonden aan de verantwoordelijke wethouder en aan het WBK, waarna het zal worden gepubliceerd. Het zal dus nog wel een paar maanden duren voordat er duidelijkheid over de aangewezen ligplaatsen is. Wij houden u op de hoogte.

brief cie. Middelen

Aan de leden van de Commissie Middelen
van het Stadsdeel Amsterdam-Noord.

Amsterdam, 29 augustus 2005

Geachte Commissie,

Op 30 augustus staat het Raadsadres betreffende woonschepen in het Buiten IJ ter bespreking op de agenda. Gezien de grote belangen voor deze bootbewoners en hun gezinnen gaan wij er vanuit dat u zich ook als volksvertegenwoordigers voor deze bewoners van het Stadsdeel Noord zult inzetten.

Hoewel wij u in ons Raadsadres van 2 juni jl. reeds hebben geïnformeerd over ons standpunt, willen wij toch kort nog enkele nieuwe punten onder uw aandacht brengen.

De ruim 40 boten in het Buiten IJ/Schellingwoude, genoemd in het Plan van Aanpak handhaving woonboten en andere vaartuigen van 13 mei 2004, die door het Dagelijks Bestuur illegaal zijn verklaard, dienen naar onze mening hun legale status terug te krijgen die ze in 1991 al hadden.
Die legale status wordt nog eens bevestigd door een telling in 2002 door Rijkswaterstaat en een grenscorrectie/gebiedsuitbreiding van 1997.

Het is onbegrijpelijk waarom het Dagelijks Bestuur weigert de meest recente telling van ligplaatsen in het betreffende gebied, in 2002 door Rijkswaterstaat, aan te houden en te legaliseren.
In het Plan van aanpak handhaving woonboten en andere vaartuigen van 13 mei 2004 is vastgelegd dat het uitgangspunt de Nota Woonschepenbeleid 1991 is. Gelet op de telling van 1991 en zoals vastgesteld in de Nota Woonschepenbeleid betreft dit 526 ligplaatsen in Noord, waaronder 113 schepen in het Buiten IJ/Schellingwoude.

Uit het “Aktieplan Woonschepen 1994” blijkt echter dat ook in juni “94 een telling plaatsgevonden heeft. Daarbij zijn er totaal slechts 472 schepen geteld, waarvan 89 schepen in het BuitenIJ/Schellingwoude. In januari 1998  heeft weer een telling plaats gevonden. Toen zijn totaal 466 schepen geteld, waarvan 87 schepen in het BuitenIJ/Schellingwoude. In april 2005 liggen daar volgens tellingen plotseling nog maar 70 of 66 boten, in plaats van 113. Waarom worden er steeds minder ligplaatsen in het Buiten IJ/Schellingwoude meegeteld? Wij concluderen dat wordt gegoocheld met aantallen, dat legale boten, die al 20 tot 40 jaar in het BuitenIJ/ Schellingwoude woonrecht hebben opgebouwd, plotseling tot illegaal bestempeld worden. Zij worden bovendien als proefkonijn gebruikt voor een nieuwe aanlegovereenkomst die bepaalt dat zij of een legale status moeten kopen, tegen een exorbitant hoog bedrag, ofwel moeten verdwijnen.

Wij vinden het ongehoord dat in het jaarprogramma handhaving woonschepen 2005 het voornemen is om de 37 (weer andere telling), zogenaamd illegale, woonboten in het Buiten-IJ in één keer van een lastgeving te voorzien met een ruime begunstigingstermijn. Dit jaar kunnen alle bezwaarprocedures afgerond zijn. Dan zijn de eerste prioriteitsgebieden, genoemd in de handhavingnotitie, vrijwel gedaan. Dan volgen de andere kanalen. Gelet op deze uitspraken en de nieuwste tellingen in het jaarprogramma 2005 blijkt dat het Dagelijks Bestuur niet gevoelig is voor historisch feitelijke argumenten. Ook blijkt dat de afdeling BWT opdracht heeft om alle woonboten opnieuw te inventariseren. Wij zijn benieuwd hoeveel legale boten er nu weer zullen worden geteld.

Met betrekking tot de kwestie van de (betaling voor een nieuwe ligplaats) aanlegovereenkomst menen wij dat het stadsdeel (en de gemeente) een staaltje van speculatie laat zien. Die wil immers twee keer verdienen aan een plek (aanlegovereenkomst + precario), met het argument van “waarde van de woonboot in het economische verkeer”. Dit is diefstal van de booteigenaar. De hoogte van het bedrag veronderstelt immers dat de gemeente zou verdienen op de waarde van de boot in combinatie met de plek, niet alleen op de plek. Dit is ook speculeren met andermans bezit. De gemeente is immers niet gerechtigd om winst te maken op de waarde van de boot in het economische verkeer. Gelijkheidsbeginsel: De gemeente zou dit moeten doen met bezitters van huizen op gemeentegrond. Erfpacht afschaffen, innen van gelden op de grond, conform de waarde van de huizen in het economische verkeer en dan daarnaast precario instellen. Wij vinden dit voorstel onaanvaardbaar en buiten proportioneel.

Het stadsdeel Amsterdam –Noord is autonoom  op het gebied van het woonschepenbeleid en de heffing van precario en de Raad heeft over deze aanlegovereenkomst geen besluit genomen. De aanlegovereenkomst betreft nieuw beleid. Wij gaan er vanuit dat de stadsdeelraad zorgvuldig wil handelen en de aanlegovereenkomst van de centrale Stad niet overneemt zonder enige vorm van inspraak en zich daar ook voor inzet.

Vanuit het DB wordt gesteld dat het uitgangspunt het vastgestelde Woonschepenbeleid uit 1991 is, toch constateren wij op grond van het jaarprogramma dat vanuit het Stedelijk Project Wonen op het Water (waarin ook het stadsdeel Noord participeert) de nodige acties gaan volgen. Daarbij wordt gedacht aan voorstellen voor oeverbeheer. Mede als uitvloeisel hiervan worden ambtelijke afspraken gemaakt wie waarvoor verantwoordelijk is voor alles dat te maken heeft met het water- en oeverbeheer. Dit betekent dat ook hier nieuw beleid wordt gevoerd zonder enig overleg en inspraak met de bootbewoners in Noord. Want het stadsdeel Noord participeert in het Stedelijk Project en neemt blijkbaar alles over wat de centrale stad wil. Wij kunnen ons niet voorstellen dat uw Commissie en de Raad hier zomaar mee instemt en verzoeken u hiertegen stelling te nemen.

Om bovenstaande redenen verzoeken wij aan u bij de bespreking van ons Raadsadres en aanvullende punten genoemd in het jaarprogramma 2005 in uw overweging mee te nemen.
Hoogachtend,
Namens het WBK,
G. van Zelst, bestuurslid