Lessen die we van De Bongerd kunnen leren

Het staat buiten kijf dat de brede groenstrook ten koste van de tuinen van bootbewoners voortkwam uit botte onwil vanuit de ambtenarij om tot een redelijke oplossing te komen. Maar helaas, na vaststelling van het bestemmingsplan niet meer juridisch te bestrijden.

In het van de rechter gevraagde vonnis over ontruiming van de tuinen komen echter enkele opmerkelijke zaken naar voren.
1. de woonboten heten schepen te zijn, bedoeld om te drijven en daarmee roerend goed.
Bemoedigend, in zoverre dat in afgelopen jaren door diverse overheden herhaaldelijk is geprobeerd woonboten tot onroerend goed te verklaren, om daarmee erfpacht of hogere belastingen op te kunnen leggen. Daar is even vaak door woonbootcomité’s in het hele land tegen geageerd.

Onbegrijpelijk is daarom dat in dit geval namens de bootbewoners is gesteld dat hun woonboten onroerend zouden zijn. Daarmee geef je als bootbewoner bijvoorbeeld ook aan dat je woonboot al ver voor 2014 onder de bouwverordening diende te vallen. Iets dat -zoals een jaar geleden nadrukkelijk in het nieuws kwam- voor de meeste woonboten nu juist onmogelijk is en waarop sommige overheden weer uit afleiden dat woonboten binnen hun jurisdictie sinds half 2014 illegaal zijn. Bijvoorbeeld Almere.

2. De gemeente heeft gesteld dat er weliswaar ligplaatsvergunningen zijn
verleend, maar dat niet bekend was dat die woonboten permanent zouden blijven liggen (4.2 p8). Waarom is daar niet tegen ingebracht dat het geen schepen, maar arken betreft, die niet eens kunnen varen, maar bedoeld zijn om in te wonen, en ja, juist op die plek, waarvoor ze nota bene een vergunning van de gemeente hebben gekregen?

3. De rechter stelt dat erfdienstbaarheid alleen van toepassing kan zijn op
onroerend goed. Vervolgens dat alle onroerend goed (water + oever + grond) in kwestie eigendom is van de gemeente. En omdat een woonboot roerend goed is, kan er nooit sprake zijn van erfdienstbaarheid naar een woonboot. Iets om te onthouden.

4. Om te construeren dat de gemeente al lang geleden kenbaar heeft
gemaakt eigenaar van de grond te zijn, is gesteld dat in 1991 -bij de mislukte proefballon van Edgar Peer om erfpacht in te voeren- toen door geen enkele bootbewoner gesteld is al eigenaar van de tuinen te zijn. Met zo’n slimmigheid wordt geprobeerd ieder beroep op verjaring van de stilzwijgende bruikleen overeenkomst van grond met tuinen onderuit te halen. Tja, wie had daar in 19991 aan gedacht. Handige juristerij.

Het vonnis stelt dat het Stedenbouwkundig plan 2006/7 en het daaruit voortvloeiend bestemmingsplan de basis is voor ontruiming van de tuinen. In 2013 is de opzegging van de gebruiksovereenkomst aangekondigd en in 2014 daadwerkelijk verzonden. Op grond van deze bekrachtigde procedures kunnen bewoners geen rechten meer laten gelden.

huurovereenkomst
Kwalijk is dat namens de procederende bootbewoners is toegezegd dat zij bij verlies van de aanspraken op erfdienstbaarheid, een huurovereenkomst met het stadsdeel zullen tekenen voor wat er overblijft van hun tuinen (4.14 p11),
a. Dit is een precedent dat direct in gaat tegen het belang van alle andere bootbewoners met tuinen in Amsterdam Noord. Iedereen weet dat er jarenlang slag geleverd is met het stadsdeel om iedere huurregeling af te houden.
b. Het WBK heeft vastgelegd gekregen dat het DB van het stadsdeel het huurovereenkomsten beleid heeft gestopt.
c. Bekrachtigd beleid van het SDAN vanaf 1 januari 2014 is dat het gebruik van de grond als tuin bij de woonboten berust op een stilzwijgende bruikleenovereenkomst om niet.

Dus wat voor zin heeft dan deze toezegging om uitgerekend bij verlies van erfdienstbaarheid alsnog wel te gaan tekenen voor een huurovereenkomst? Dat de rechter in het vonnis opneemt dat hij erop vertrouwt dat bewoners de huurovereenkomst gaan tekenen is nu een voldongen feit. Dat de advocaat de bewoners in de Bongerd het advies geeft alsnog die huurovereenkomst te tekenen, is een dwaling van zijn kant. De betrokken bootbewoners weten wel beter.

kap
Wat betreft de ingediende bezwaren tegen de kap in de tuinen, was de petitie van walbewoners om dit schaarse groen in de wijk te behouden een mooi voorbeeld dat de belangen van bootbewoners en walbewoners heel goed gelijk op kunnen gaan.

Overigens zijn alle bezwaren tegen de kap -ook die van het WBK- ongegrond verklaard. Maar wel is bereikt dat een nieuw besluit over de kap is uitgesteld tot na de uitspraak in de bodemprocedure. Precies waar het WBK met een beroep op behoorlijk bestuur op aandrong.

Maar om een vergunning tegen te houden, is een bezwaar nooit voldoende. Daarvoor moet steeds een voorlopige voorziening worden gevraagd bij de rechtbank. Anders wordt een bezwaar ter kennisgeving aangenomen en terzijde gelegd.

te trekken les
Deze verloren rechtszaak bevestigt nog eens enkele vaste stelregels binnen de woonbotenwereld.
• Door de niet sluitende wet- en regelgeving rond woonboten, bestaat er in meerdere opzichten een grijs gebied. Daarom moet je als bootbewoner om je belangen te behartigen je in eerste instantie op het politiek / bestuurlijk terrein richten. Want daar worden de regels bepaald.
Dus op fracties, gemeenteraad en B&W of hun waarnemers in bestuurscommissies. En speciaal in aanloop naar de besluitvorming, daarna heeft het weinig zin meer.
Met ambtenaren heb je het alleen over de uitvoering, want het beleid is niet aan hen.
• Een juridische procedure aangaan, geeft pas kans van slagen als je zeker weet je op bekrachtigd (woonboten)beleid te kunnen beroepen.

Verontwaardiging en aangetast rechtsgevoel zijn heel begrijpelijk, maar helaas de verkeerde raadgevers. Een rechter baseert zijn oordeel alleen op bestaande wet- en regelgeving en eventuele jurisprudentie daarop. In bestuursrecht wordt zelfs alleen gekeken of de procedure juist gevolgd is. Bootbewoners gaat het echter meestal om een inhoudelijk verschil van mening met de uitvoerende instanties. Precies dat komt in bestuursrecht niet aan bod.
• Bij strijd op politiek / bestuurlijk niveau heb je alle inbreng en strategie zelf in de hand. Bij juridische strijd niet meer, je geeft alles uit handen aan lieden die met heel andere dingen bezig zijn.

Maar al te vaak gebeurt het dat vindingrijke advocaten vergezochte, of voor de cliënt nauwelijks relevante argumenten in stelling brengen, waardoor de zaak in een heel ander perspectief komt te staan dan waar de klagers ooit aan gedacht hadden. Laat staan dat ze daarop uit waren.
• Een rechtszaak is lang niet altijd wenselijk, omdat een uitspraak -binnen het grijze gebied waar woonboten juridisch in verkeren- het risico in zich draagt dat er een grens gesteld wordt, die in het algemeen de juridische ruimte voor bootbewoners inperkt.

En ja, altijd erop bedacht zijn dat de ingehuurde advocaat je niet naar de mond praat om de zaak te krijgen, ook al weet hij dat hij weinig kans maakt op een voor de cliënt gunstige uitspraak.