Aanvulling op het raadsadres Buiten IJ

Het Raadsadres m.b.t. de plannen die het stadsdeel heeft voor de bootbewoners van het Buiten IJ/Schellingwoude is in de Commissie Middelen op 30 augustus jl. aan de orde geweest. Omdat door betrokken bewoners in het vragenhalfuurtje al ingesproken was en daarop over dit onderwerp een discussie is gehouden, is vanuit de Commissie voorgesteld om het Raadsadres niet ter afhandeling aan het Dagelijks Bestuur te geven maar te betrekken bij het overleg wat tussen de bewoners en stadsdeel plaatsvindt. Wij hopen dat de betrokken bestuurder dit ook inderdaad doet en gaan er van uit dat de bewoners daarop zullen toezien.

Vanuit het WBK is niet meer ingesproken maar wel een aanvulling op het Raadsadres per e-mail aan de leden van de Commissie Middelen verzonden.

Precario

Bij brief van 3 mei jl. is door het Dagelijks Bestuurslid R. Post meegedeeld dat voor de plannen omtrent het huur- en precariobeleid voor water en tuingrond de inspraakverordening zal worden toegepast. Omdat de precarioverordening voor het eind van dit jaar weer vastgesteld moet worden, verwachten wij dat het Dagelijks Bestuur binnenkort met hun plannen en inspraakprocedure zullen komen.

Fietsbruggen over Zijkanaal I, alternatief voorstel WBK

Ter herinnering: in de plantekeningen van “De Bongerd” zijn 2 fietsbruggen opgenomen. De ene brug is getekend bij de bocht van het kanaal en verbindt de Westelijke oever met de Oostelijke ter hoogte van de Kadoelenweg.
Deze brug staat ingetekend in het bestemmingsplan en het WBK ziet geen bezwaren wat de plaats betreft maar vindt het wel onpraktisch dat deze brug niet beweegbaar (wel uitneembaar) is en een beperkte doorvaarthoogte heeft.
Dit levert o.a. beperkingen op voor woonboten die voor onderhoud naar de werf moeten. Een ander punt van zorg is de smalle aanlanding aan de Landsmeerderdijk  op een punt waar geen fietspad is maar wel doorgaand autoverkeer.

De andere fietsbrug zou ongeveer ter hoogte van het Barkpad moeten komen. De Raad van State heeft in een eerder stadium van de Bongerd-plannen besloten dat de noodzaak voor deze brug niet is aangetoond en heeft hem nietig verklaard. Desalniettemin wordt de brug nog steeds ingetekend op wisselende plaatsen. Minstens 2 woonboten zouden voor deze brug verplaatst moeten worden en geluidshinder voor belendende boten zal aanzienlijk zijn.
Het WBK blijft tegen deze brug, maar omdat deze brug als een jojo over het kanaal wordt geschoven, is er noch voor individuele betrokkenen, noch voor het WBK gelegenheid om hier tegen bezwaar te maken.

Het WBK heeft voor deze brug een alternatief voorstel ingediend. Dit voorstel is op 11 juli j.l. besproken met de projectmanager in de werkgroep De Bongerd. Vervolgens zal het door een onderzoeksbureau beoordeeld worden.

Het WBK-voorstel houdt o.a. in dat een beperkt deel van de middelen die de gemeente heeft voor de aanleg van een 2de beweegbare fietsbrug, in te zetten op een andere manier. Het doel blijft hetzelfde nl.: het verbeteren van de fietsverbindingen tussen Oostzaan/De Bongerd met de Banne en het Buikslotermeerplein.
1. vanaf de 1e fietsbrug (t.h.v. de Kadoelenweg) een extra stukje fietspad van 80 meter aanleggen langs de zuidkant van het gemaal bij Kadoelen dat uitkomt bij het bestaande fietspad langs de IJdoornlaan naar de Banne en Buikslotermeerplein.
2. Een doorgaande fietsroute langs de Bongerd aan de groene west-oever van het kanaal (zit in de huidige indicatieve plannen van de gemeente).
3. De fietsroute over het noordelijk deel van de Buiksloterdijk doortrekken
4. De fietsroute over de Klaprozenweg verbeteren door een 2-richtingen fietspad aan te leggen aan de noordzijde van de brug zodat fietsers daar niet meer gevaarlijk hoeven over te steken.
5. De 1e fietsbrug beweegbaar maken zodat een duurzaam en recreatief gebruik van het hele kanaal mogelijk blijft.

Wordt vervolgd

Aan: het Dagelijks Bestuur van het
Stadsdeel Amsterdam-Noord
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam
Amsterdam, 22 juni 2005
KLACHT

M.b.t. afhandeling brieven over aangewezen ligplaatsen (artikel 31) en artikel 88 Huisvestingswet

Geacht bestuur,

Bij brief van 26 augustus 2004 hebben wij juridisch onderbouwd waarom het verzoek van uw afdelingsmanager ir. A.P.M. van Dongen van het Stadsdeel Amsterdam-Noord om een ligplaatsvergunning aan te vragen voor de aangewezen ligplaatsen onterecht is. Omdat er geen reactie op onze brief kwam, is op 8 november 2004 een korte samenvatting van de brief van 26 augustus aan u gestuurd. Ook daarop is geen reactie gekomen. Daarom hebben wij op 6 december 2004 opnieuw aan het Dagelijks Bestuur verzocht onze brieven te beantwoorden met het verzoek om binnen 10 dagen schriftelijk te reageren.

Na ruim vier maanden op 3 januari 2005 (26 augustus 2004 – 3 januari 2005) hebben wij tot onze verbazing op de brief van 8 november wel een antwoord gekregen, maar niet op de brief van 26 augustus 2004. Gezien de gehanteerde termijn van beantwoording op onze brief van 26 augustus, vinden wij dit geen behoorlijke manier van omgaan met burgers. Wij menen dat binnen een termijn van 6 weken een antwoord op een brief mogelijk moet zijn.

Bovendien wordt er niet geantwoord op onze juridische argumenten en daarbij constateren wij dat uw brief van 3 januari 2005 tegenstrijdigheden bevat. Er wordt namelijk wel bevestigd dat “om in de rechtsbescherming te blijven voorzien is in de Huisvestingswet artikel 88 opgenomen die de strekking van art. 31 van de Wet op de Woonwagens en Woonschepen (WWW) onverkort voortzet”, maar het bestuur handelt daar niet naar. Ook wordt in uw brief erop gewezen dat in art. 2.2. lid 2 van de Verordening op de Haven en het binnenwater 1995 (VHB) is bepaald dat de vergunningplicht voor woonboten niet van toepassing is op plaatsen die zijn aangewezen op grond van het genoemde art.31 van de WWW. Maar u bent in tegenstelling tot het bepaalde in de Huisvestingswet art. 88 en VHB van mening dat het vervallen van de wet en daarmee het raadsbesluit als gevolg heeft, dat deze bepaling geen inhoud meer heeft en de hier aanwezige woonboten vergunningplichtig zijn. Het lijkt ons vanwege de tegenstrijdigheid in uw brief dat er geen zorgvuldige afweging is gemaakt.

Het is namelijk wel degelijk de bedoeling van art. 88 in de Huisvestingswet dat de strekking van art. 31 van de WWW onverkort zal worden voortgezet. Dat betekent een vergunningsvrije ligplaats (de plek is immers aangewezen bij besluit van B&W). Het is een onjuiste constatering van uw kant dat deze bepaling geen inhoud meer zou hebben. Het betekent immers dat er in praktijk niets veranderd is. Gezien uw vasthoudendheid om de bewoners onder de vergunningplicht te brengen, vragen wij ons af welk belang het stadsdeel hierbij heeft. Ook gaat u niet in op onze mededeling dat het besluit  tot de aangewezen ligplaatsen niet is vastgelegd in een Raadsbesluit, maar dat dit besluit genomen is door Burgemeester & Wethouders van de gemeente Amsterdam (reeds vanaf 1922). Uw bewering is dus onjuist dat dit een vervallen Raadsbesluit zou betreffen. Bovendien is dit besluit niet ingetrokken.

U merkt verder in uw brief van 3 januari 2005 op dat een stedelijke ambtelijke werkgroep voornemens is art. 2.2 lid 2 uit de Verordening op de Haven en Binnenwater te schrappen.
De brief van 20 juli 2004 aan de bewoners van de aangewezen ligplaatsen met het verzoek om een ligplaatsvergunning aan te vragen is dus voorbarig en niet aan de orde. De VHB is nog steeds van kracht. Wij mogen er toch vanuit gaan dat deze ambtelijke werkgroep zich houdt aan wat in de Huisvestingswet art. 88 en publicaties in het Staatsblad 1998 is vastgelegd en het beoogde doel daarvan. In de publicatie van het Staatsblad 459 – 1998, artikel XI, is immers opgenomen dat de Wet op de Woonwagens en Woonschepen wordt ingetrokken, met dien verstande dat gemeentelijke verordeningen die vόόr het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet krachtens art. 31 van de Wet op de Woonwagens en Woonschepen zijn vastgelegd, worden aangemerkt als verordeningen krachtens artikel 149 van de Gemeentewet. De verordening op de Haven en het binnenwater is in 1995 vastgesteld en art. 2.2. lid 2 zou dus gehandhaafd dienen te blijven.

Op 1 juni hebben wij van het DB een reactie op onze brief van 20 januari ontvangen. De beantwoording duurde weer ruim vier maanden voor een antwoord ontvangen is en we vinden deze termijn net als bij de vorige beantwoording niet behoorlijk.

Wij willen uitdrukkelijk onze bezwaren aan het DB kenbaar maken tegen het niet beantwoorden van onze vragen en juridisch argumenten in onze brieven. U meldt in uw brief van 1 juni jl. dat in de brief van 3 januari het standpunt van het DB is weergegeven, van woonboten die in het verleden waren aangewezen op grond van de WWW. Het is juist dat het DB een standpunt heeft genomen, maar het lijkt ons toch gebruikelijk en wel zo netjes als er inhoudelijk wordt ingegaan op onze argumenten. Maar dat is niet het geval. In beide brieven van het DB wordt alleen maar gezegd dat bij de komende herziening van de VHB zal worden voorgesteld om art. 2.2. lid 2. te laten vervallen. Wij vinden dit niet juist. Maar constateren ook dat er vooruit wordt gelopen op e.v.t te voeren beleid. Ook in de Nadere regeling Woonboten (NRW) van het Stadsdeel-Noord van 1998 (nog steeds van kracht) wordt expliciet verwezen naar de artikelen 2.2, 2.4 en 2.5 van de VHB betreffende art. 31 ligplaatsen. Daarbij wordt aangegeven dat als op een aangewezen plaats toch een ligplaatsvergunning wordt aangevraagd dat dit niet van toepassing is.

Wij menen dan ook dat er geen reden was om op 20 juli 2004 aan de betrokken bootbewoners te verzoeken in het vervolg een vergunning aan te vragen en deze voor 1 september te retourneren. Daarbij moeten de bewoners allerlei handelingen worden gedaan zoals invullen van: adres van de locatie van de woonboot, huidige naam, kenmerk huidige woonboot, huidige maten van de woonboot, lengte, breedte, hoogte, diepgang, of de boot eigendom is, verzoeken om een ligplaatsplaatsvergunning, een foto of bouwtekening van de woonboot, een situatietekening-plattegrond van de locatie met de woonboot daarop ingetekend, een bewijs waaruit blijkt dat je de eigenaar bent van de woonboot bijv. een kopie van een koopcontract of een uittreksel van het Kadaster moet worden ingeleverd bij de afdeling Bouwtoezicht. Dit betekent dat er heel veel handelingen verricht moeten worden en dat de bewoners behandeld worden alsof deze voor het eerst op die plek met de woonboot komen wonen. Wij vinden dit geen nette behandeling van bewoners waarvan sommige al meer dan 60 jaar op dezelfde plek wonen. Terwijl wij toch mogen verwachten dat de betrokken dienst over al deze gegevens beschikt. Wij begrijpen dan ook niet waarom deze ligplaatsvergunning niet gewoon is verstrekt aan de huidige eigenaren, zoals dit recentelijk ook is gedaan bij bootbewoners aan het Koppelingpad en Verstuiverstraat (zonder aanvraag) Hoewel ambtelijk wordt aangegeven dat de dienst Bouwtoezicht niet over alle namen beschikt lijkt ons dat curieus. De eigenaren moeten immers bekend zijn bij het stadsdeel omdat de belastingdienst in opdracht van het stadsdeel de aanslagen voor precario aan hen verstuurt.

Er wordt in uw brief van 1 juni jl. gemeld dat de brief van 20 januari van 2005 van het WBK aan de orde is geweest in de vergadering van 21 december 2004 en deze op die dag ook getekend is door de voormalige voorzitter van het DB en verzonden op 3 januari jl.. Wij hebben u bij brief van 20 januari jl. de besluitenlijst van 21 december van het DB als bijlage meegestuurd. Het is ons overigens bekend wat een B-procedure betekent. Uit de B-procedures van 21 december blijkt dat onze brief niet voorkomt op de lijst. Wij kunnen dus niet beoordelen of de brief inderdaad op 21 december aan de orde is geweest en kunnen dus ook niet beoordelen of de ondertekening door de voormalige voorzitter correct is. Het DB kan onze twijfels daarover wegnemen door ons een kopie te doen toekomen van de besluitenlijst waarop de behandeling van onze brief heeft plaatsgevonden.

De conclusie dat het DB dit niet als een vastlopende conflictsituatie ervaart, delen wij niet. Wij ervaren dit wel degelijk als een conflictsituatie en voelen ons genoodzaakt dit conflict aan de Ombudsman te Amsterdam voor te leggen.

Wij dienen hierbij een klacht in om de volgende redenen:
·    gelet op de termijn van ruim 4 maanden tussen het reageren op onze brieven;
·    onze argumenten te kwalificeren als een visie;
·    vasthouden aan het eigen standpunt door het stadsdeel zonder op onze vragen en juridische argumenten gemotiveerd te reageren;
·    ten onrechte bewoners allerlei handelingen te laten verrichten om in aanmerking te komen voor een ligplaatsvergunning;
·    geen antwoord te geven op ons verzoek om het verzoek om een ligplaatsvergunning aan te vragen, in te trekken, en in een brief aan de bewoners kenbaar te maken dat er geen ligplaatsvergunning nodig is conform de VHB en NRW;
·    geen antwoord geven op ons verzoek de betrokken bewoners een ligplaatsvergunning inclusief bezwaarclausule te verstrekken, zonder alle aangekondigde handelingen, zodat zij zelf kunnen bepalen of ze bezwaar willen maken of niet;
·    geen antwoord op de onjuistheid van het noemen van een Raadsbesluit betreffende de aangewezen ligplaatsen i.p.v een besluit door B&W;
·    vooruitlopen op e.v.t. nog te voeren beleid door op de site van het Stadsdeel-Noord (2004) aan te geven dat voor woonboten die op een voormalige aangewezen ligplaats op grond van art. 31 van de WWW een ligplaats innemen een ligplaatsvergunning moet worden aangevraagd;
·    vooruitlopen op e.v.t nog te voeren beleid omdat art. 2.2. lid 2 VHB en genoemde artikelen in de VHB nog van kracht zijn;
·    niet ter zake doende argumenten over beleid van andere gemeenten.

Hoogachtend,

Woonboten Komitee Zijkanaal I e.o.
G. van Zelst, bestuurlid

c.c. Ombudsman te Amsterdam + alle brieven en bijlagen – die reeds in het bezit zijn van het van het stadsdeel Noord Raadsleden

inspreekreactie – Projectbesluit Buiksloterham en Nota van beantwoording en Wijzigingen ter behandeling op 12 mei a.s. Cie. RO.

Stadsdeel Amsterdam-Noord
t.a.v. van de Commissie Ruimtelijke Ordening
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam

Amsterdam, 6  mei 2005
Betreft: inspreekreactie – Projectbesluit Buiksloterham en Nota van beantwoording en Wijzigingen ter
behandeling op 12 mei a.s. Cie. RO.

Geachte Commissieleden,

Na bestudering van de Nota van Wijzigingen m.b.t. het Projectbesluit Buiksloterham verzoeken wij u de volgende punten in uw beoordeling mee te nemen.

Wij zijn verheugd dat de toezegging van wethouder Stadig zoals vastgelegd in de brief van 24 mei 2004 onverkort geldt. Deze regeling voor de 18 woonschepen gelegen aan de Grasweg houdt in dat de woonboten met tuinen en erven in het nieuw op te stellen bestemmingsplan Buiksloterham worden opgenomen.

Wat betreft de 4 Woonschepen in het Zijkanaal I, tussen de Klaprozenweg en het Papaverkanaal,  zijn wij minder verheugd. Hoewel deze boten nu wel genoemd worden in de Nota van Wijzigingen, is het niet duidelijk of zij op de huidige locatie kunnen blijven liggen en betekent dit voor hen een wel zeer onzekere rechtspositie. Tot de demping in 2015 kan het woonschip gelegen in het Johan van Hasseltkanaal blijven liggen.

Aangegeven wordt dat uiteindelijk alle ligplaatsen van woonschepen opgenomen zullen worden in het bestemmingsplan Buiksloterham.

Wij menen u erop te moeten wijzen dat de 4 betreffende woonschepen in het Zijkanaal I tussen de Klapozenbrug en het Papaverkanaal meer dan 60 jaar op een aangewezen locatie volkomen legaal liggen. Volgens de plannen zou recreatie (openbare ruimte/groen) prevaleren boven wonen en werken. Wonen is ook voor bootbewoners een eerste levensbehoefte, recreëren kan daar ons inziens niet op voorgaan, zeker niet wanneer legale ligplaatsen dreigen te verdwijnen. Overigens wordt ook een bedrijf in zijn bestaan bedreigd. De daar gelegen scheepswerf zou in dat geval namelijk ook moeten verdwijnen.

Het niet op willen nemen van woonschepen en scheepswerf op de huidige locatie blijft voor de bewoners en het Woonbotenkomitee dan ook een onacceptabele gang van zaken.

Wij verzoeken u er zorg voor te dragen dat de woonboten op hun huidige plekken opgenomen worden in het bestemmingsplan en openbare ruimte aan het water elders in de planvorming te zoeken.

Hoogachtend,

Namens het Woonbotenkomitee Zijkanaal I en omstreken,
Bestuurslid, Gerda van Zelst

Raadadres

Aan de dhr. R. Post,
voorzitter van het
Stadsdeel Amsterdam-Noord
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam

Aan de leden van de Stadsdeelraad
van het Stadsdeel Amsterdam-Noord.
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam

Amsterdam, 2 juni 2005

RAADSADRES

Geachte leden van de Raad,

Het Dagelijks Bestuur (DB) heeft op 10 mei 2005 een besluit genomen over een nieuw inrichtingsplan voor woonschepen in het Buiten IJ ter voorbereiding van nieuwe bestemmingsplannen Schellingwoude en Waterland. In het plan zijn 110 ligplaatsen beschikbaar gesteld.

Het DB besluit heeft tot gevolg dat 44 schepen (met hun gezinnen) op het Buiten IJ als illegaal worden bestempeld, omdat geweigerd wordt de meest recente telling van ligplaatsen in het betreffende gebied, in 2002 door Rijkswaterstaat, aan te houden. De norm voor het hanteren van legaliteit is een telling uit de Nota oonschepenbeleid van 1991, die een beperkter gebied betreft dan het onderhavige inrichtingsplan en daarom ten onrechte een deel van de al 40 jaar bestaande ligplaatsen uitsluit.

Zo wordt ook voorbij gegaan aan het feit dat driekwart van de schepen in het Buiten IJ in 1997  officieel zijn toegevoegd aan het gebied waar het bestemmingsplan betrekking op heeft.  Doordat het DB weigert de grenscorrectie/gebiedsuitbreiding van 1997 mee te nemen als bijlage bij de nota Woonschepenbeleid 1991 en ook de telling in 2002 van Rijkswater categorisch genegeerd wordt, worden deze boten tot illegaal bestempeld en worden als proefkonijn gebruikt voor een nieuwe aanlegovereenkomst die bepaalt dat zij of een legale status moeten kopen ofwel moeten verdwijnen. De vraag is waarom het DB vasthoudt aan een telling van 1991. Er zijn immers meer adequate tellingen van recenter datum die de bestaande situatie meer recht doen.

Degenen die volgens de verouderde telling van 1991 niet tot het legale bestand behoren, maar wel op de locatie verblijven ( in het gebied tussen de Oranjesluizen en het Blauwe Hoofd) in de inventarisatie van Rijkswaterstaat van 2002, krijgen een begunstigingstermijn van 1,5 jaar waarna zij in het nieuwe inrichtingsplan tegen betaling een legale ligplaats kunnen verwerven!!  Conclusie: de lijst van 2002 wordt niet gebruikt om de bestaande situatie te bestendigen, maar om bewoners financieel het mes op de keel te zetten. Door deze schepen  de status “nieuw” te geven en daar steigers voor te bouwen (ze moeten volgens de plannen verplaatst worden) moeten zij zich namelijk gaan inkopen via een aanlegovereenkomst van minimaal € 85.000 tot € 110.000. Daarnaast moet er vervolgens liggeld aan de Domeinen (Rijkswater – € 5.02 m2) worden betaald en € 50,– voor de steiger per jaar. De bootbewoners worden op deze manier gedwongen een verworven woonrecht opnieuw te kopen. Wij vinden deze gang van zaken ethisch en financieel onaanvaardbaar, gezien de opgebouwde woonrechten in de afgelopen 40 jaar en gezien het feit dat zij legaliteit zouden moeten kopen (aanlegovereenkomst) en toch huurder (liggeld en steigergeld) zouden blijven.

Voor uw informatie wijzen wij er verder op dat de aanlegovereenkomst door de Centrale Stad is aangenomen, maar dat die alleen geldt voor nieuwe ligplaatsen in het gebied IJburg, waar de Stad bevoegd is. De aanlegovereenkomst is niet aan de orde bij verplaatsing van legale ligplaatsen in Amsterdam-Noord en de stadsdeelraad Amsterdam –Noord heeft over deze aanlegovereenkomst ook geen besluit genomen. Het getuigt van onzorgvuldig handelen dat het stadsdeel Amsterdam-Noord de aanlegovereenkomst van de centrale Stad overneemt, zonder dat daarover een Besluit is genomen en deze op een slinkse manier zonder enige vorm van inspraak invoert.

Op grond van voorgaande argumenten dringen we er dan ook met klem bij u op aan om de telling uit 2002 van Rijkswaterstaat over te nemen en de 44 schepen alsnog een legale status te geven. Rijkswaterstaat heeft deze bewoners immers officieel ontheffing verleend van een verbod om aan te meren.

Omdat wij de Scheepsbewoners op het Buiten IJ die zich inzetten voor behoud van hun ligplaatsen, al geruime tijd volgen, willen wij hen uitdrukkelijk ondersteunen in dit streven.

Wij menen dat de  afspraken die op 20 april 2005 met de wethouders B. Plantinga en K. Diepeveen, en vertegenwoordigers namens de dorpsraad Schellingwoude en Durgerdam en scheepsbewoners Buiten IJ zijn gemaakt nagekomen dienen te worden.
Namens het stadsdeel is toegezegd dat:
a.    de handhaving zoals die sinds 2004 is uitgevoerd met lastgeving tot vertrek van woonschepen op het Buiten IJ, zal worden ingetrokken. De betrokken eigenaren van de schepen zullen door het stadsdeel daarvan in kennis worden gesteld.
b.    er alsnog door het stadsdeel een notitie worden gemaakt waarin wordt voorgesteld de grenscorrectie van 1997 te verwerken in de nota woonschepenbeleid van 1991. Daarbij staat uitdrukkelijk vast dat deze grenscorrectie niet genegeerd kan worden.
c.    het stadsdeel- andere dan financiële- voorstellen zal ontwikkelen over de status. De procedure, de randvoorwaarden en structuur van toekomstig besprekingen tussen een door de scheepsbewoners op het Buiten IJ aan te wijzen vertegenwoordiging en het stadsdeel uit te werken.

Wij verzoeken u als Raad om legalisering van alle bewoonde schepen die in 2002 door Rijkswaterstaat zijn geteld en deze schepen op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan en om samen met de betrokken bewoners en stadsdeel tot een constructief overleg te komen.

Hoogachtend,

Namens het WBK,
G. van Zelst, bestuurslid

Overleg met het stadsdeel

Het allereerste overleg met het stadsdeel op 15 juni 2005. Na twee jaar soebatten bij de wethouder van Groen Links om eindelijk eens waar te maken dat zijn partij de burgers dichter bij het bestuur betrekt. Hij was al maanden volop in gesprek. Zo, zo. Niet met ons.

Koffie, thee. Voorgesteld. Ons wordt uitgelegd dat het overleg slechts een zijstapje is in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Het consistent woonschepenbeleid vanaf 1991 wordt geroemd; vergunningen voor onbepaalde tijd worden eindelijk mogelijk; 110 schepen zijn inpasbaar; het kunnen er ook nog 130 worden; Stadsdeel doet ons een goed voorstel; Prachtig zelfs; Alleen nog wat voorwaarden; Met alle betrokkenen is rekening gehouden.
Niet met de scheepsbewoners.
Onze sociaal voelende wethouder staat toe dat alle schepen die door Rijkswaterstaat in 2002 zijn geteld, mogen blijven liggen. We worden uitgenodigd mee te denken. Maar moeten wel beseffen dat als we niet meedoen, 40 gezinnen alsnog van hun woning worden beroofd.  Chantage? Nee, nee, zo mogen we dat niet zien. Het is alleen een stok achter de deur.

geld, geld, geld
66 scheepseigenaren die ooit rechten zijn toegekend, wordt  verzocht € 23.000 op te brengen. 44 anderen, wier aanwezigheid soms na 18 jaar ineens wordt bestreden, € 85.000 of meer. Kan evenzogoed € 135.000 worden. De bedragen zijn niet gebaseerd op offertes. Er is alleen verlekkerd gekeken naar inkomsten. Makelaars zullen de prijs bepalen. Er is € 800.000 uitgetrokken voor ‘proceskosten’: daarmee wordt op jaarbasis de werkgelegenheid van 20 tot 30 ambtenaren veiliggesteld. Deze afpersing wordt goed gepraat met de suggestie dat wij speculerende profiteurs zijn. Vooroordeel en discriminatie vieren nog altijd hoogtij in het stadsdeelpaleis. Geldklopperij? Wel nee hoor, zo is dat niet bedoeld. Uitgestelde betaling is mogelijk. Dat je daarbij je schip in onderpand geeft, wordt verzwegen. Dat je dan verder in de bijstand gaat, ook. Dit is pas echt sociaal beleid, weet je wel.

Waarom is voor de noodzakelijk geachte verplaatsing niet het BeVer protocol gevolgd? -het Wonen op het Water werkgroep advies bij verplaatsingen- Volgens de ene ambtenaar komt dat nog, al weet hij niet wanneer. Volgens de andere ambtenaar is het al doorlopen. De wethouder kent het protocol allang, zegt hij. Ontdekt ter plaatse dat het pas een maand oud is. Voor hem toch niet relevant, want alleen aanbevolen voor legale woonschepen. Aha, vandaar dat het stadsdeel schepen die korter dan 18 jaar liggen nog illegaal verklaart. Nou snappen we het eindelijk. Er moet verplaatst worden om geld te kunnen vangen. Grote truc: afgedwongen door onze bestaande ligplaatsen op te heffen.

Ja, op voorhand geld afpersen is noodzakelijk in verband met mogelijke speculatie winst door bootbewoners bij verkoop. Zeker, dit is een taak van de lokale overheid, vertelt Kees Diepeveen ons. Hij wil zich daar zelfs principieel hard voor maken. De Gemeenschap wordt tekort gedaan. Nee maar, wij hebben iets gestolen! En de overwaarde van koophuizen dan? Waar vele huiseigenaren de afgelopen jaren hun besteedbare inkomen mee vergroot hebben? Doet niet terzake. Logisch, kan wettelijk niet. Maar, zegt de wethouder, hij moet ook het onderwijs financieren. Wordt onderwijs door heffing op woonschepen gefinancierd? Die smoes kenden we nog niet.

marktprijzen
De prijzen van schepen met ligplaats zijn de laatste jaren omhoog gegaan. Dat is waar.
Dat komt doordat de prijs is afgeleid van die van koopwoningen. En die zijn in 40 jaar 15- tot 20-voudig gestegen. Komt door de lage rente. Dat is niet onze schuld. Wij zijn geen handelaren of projectontwikkelaars. Wij zijn bewoners.

Eerlijkheidshalve: de ambtenaar die de wethouder aanstuurt, geeft toe dat je ook een andere scheiding tussen illegaal en legaal kan aanbrengen dan 18 jaar terug. Maar een grens 10 jaar terug levert niet genoeg geld op. Dus. Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken legt de grens voor uitzetting van asielzoekers bij 6 jaar. Dit Stadsdeel is pas echt steil in de leer.

bevoegdheid
We probeerden nog eens dat het raar blijft dat als een stuk water met 80 woonschepen pas in 1997 wordt overgedragen aan het stadsdeel, daar een veel oudere Noordse handhavings regeling uit 1991 op los te laten. We hadden daarover al eens een notitie op het niveau van ‘zorgvuldigheid van bestuur’ gevraagd. Lau loenen. Er kwam een briefje terug met dat Zeeburg ons toen geen ligplaatsvergunningen heeft gegeven, en dat wij dus altijd fout zitten. Dreigement daarbij, dat als we toch doorzeuren, worden inmiddels verstrekte vergunningen ingetrokken. Als wij dat verwerpen, heet het weer dat we niet goed kunnen lezen.

O zeker, wij zijn analfabeten. Zeeburg was destijds nog niet instaat een woonschepen beleid te voeren. Bovendien hebben we een verklaring van B&W uit 1985 dat op Schellingwoude onze schepen gedoogd worden, omdat de waterbeheerder -Rijkswaterstaat- dat ook doet. Nooit bericht gehad dat daar verandering in zou komen. Wij willen dus graag iets meer respect van Stadsdeel Noord, maar ja, aan wie vraag je dat. Hebben daarom al schriftelijk een serieuzer antwoord gevraagd, nu echt op bestuurlijk niveau. Kees Diepeveen en zijn direkte steun en toeverlaat begrijpen -ook nu weer- helemaal niets van dat verzoek.

Verrassend: wat betreft de inrichting van het Buiten IJ ligt alles weer open. Wat betreft financiering niet. Wij stellen voor om nuttige verbeteringen zelf te betalen zodra de steigers in eigendom van de scheepseigenaren komen. Daar moet diep over nagedacht worden. Maar het zou voor het stadsdeel een nul optie zijn. En dat kan dus niet. Waarom niet? Om toch niet. Hooguit een verlaging in prijs van de aanlegovereenkomst. Meer zit er niet in.

We beginnen nog eens over  de inpasbaarheid van 110 woonschepen. Oh nee, geen probleem. En de vervolgingsnota 2005? Ja, dat is de bijl opdat we zullen zwichten: geld betalen om de kunstmatige illegaliteit af te kopen. Zo niet: oprotten onder dwangsom.

hoe verder
Wij stellen, en ook de wethouder erkent het, dat we ondanks alles, elkaar dicht zijn genaderd. Maar legalisatie van de telling 2002 van Rijkswaterstaat weigert hij nog steeds. Hij hoeft nog maar een klein stapje te doen. Durft niet tegenover zijn ambtenaren. Daarmee gaat hij een groot probleem tegemoet. De verkiezingen voor de stadsdelen komen eraan.

We gaan uit elkaar met de toezegging dat vóór 7 juli alle scheepsbewoners op het Buiten IJ te horen krijgen wat hun status is volgens het geldbeluste stadsdeel. Het beweert al jaren alles precies te weten, ook al zijn het laatste jaar toch weer wat onduidelijkheden gebleken. Volgens ons minimaal 44 vergissingen. En ook behoorlijk wat misstanden. Dat het een nooit door de Deelraad bekrachtigd beleid betreft, is altijd verzwegen.

Wij verwachtten dus dat op 7 juli alle bewoonde schepen gelegaliseerd zijn. Naar de telling 2002 van Rijkswaterstaat. Ook voor de uitgeprocedeerde en inmiddels weggepeste schepen, die al wel in die telling 2002 zaten. Dit minimum aan fatsoen kan het stadsdeel toch wel opbrengen. Dan zullen wij alternatieven aandragen voor knelpunten.

De projectleider constateert dat we in een tijdsklem zitten: binnen 3 tot 4 maanden moet alles rond zijn. Sneu hoor, wij hadden al 2 jaar eerder willen beginnen, maar ja, de wethouder wilde niet. Tot slot had de projectleider ons het liefst een persverbod opgelegd. Maar hij kent de realiteit: zo werkt dat niet in een vrij land.

vervolg
Vanaf 1 juli ontvingen diverse eigenaren een briefje dat ze door het stadsdeel geweerd gaan worden. Het stadsdeel beweert dat wij die aanzegging wensten. Nee, wij wensten al in januari een lijst van vergunde schepen, op basis van de WOB. Nooit gekregen. Op 15 juni vroegen we alle scheepsbewoners over hun status in te lichten.

We hadden bedongen dat alleen geaccordeerde notulen geldig zouden zijn. Wat gebeurt er na 19 dagen? Geen notulen, maar een verslagje waaruit letterlijk alle voorstellen en argumenten van scheepsbewoners en dorpsraden zijn weggepoetst. En binnen 24 uur reactie graag. Niet te geloven, wat een kleingeestigheid.  Dus, verslagje afgekeurd. Met heel veel overwegingen die we vast nog eindeloos moeten herhalen. Gesprekken tussen burgers en overheid worden gevoerd om daar ooit gezamenlijk conclusies uit te kunnen trekken, niet om de burgers te negeren. Dachten we. Naïef hoor.

bewoners participatie
Op 7 juli weer een bijeenkomst. Projectleider was eigenlijk op vakantie, dus excuses voor het rommelig begin. De wethouder heeft dubbele afspraak en legt zijn prioriteit elders. Tekenen van organisatorisch onvermogen en ruzie achter de schermen. Wij moeten onze plannen tonen. Nee, wij willen eerst echte notulen en legalisering van alle woonschepen in 2002.  Dat laatste zeggen we al 2 jaar. Echte notulen krijgen we niet en zullen er ook nooit komen, mogen we verder niet meer over zeuren.  Hebben we de vorige keer voor niets gediscussieerd? Dan gaan we de vorige vergadering herhalen. Mag ook niet. We willen deze bijeenkomst genotuleerd hebben. Wordt geweigerd. Ambtenaren -nieuw stel- wil alleen maar tekeningen maken en wij moeten hen met plannen en wensen bedienen.

Wij willen uitleg over de verse aanschrijvingen. De afwezige verantwoordelijke daarvoor heeft de beste bedoelingen, is heel druk bezig en daar moeten we vertrouwen in hebben. Wij willen over financiering praten. Is niet aan de orde. We willen dat toch, want de herinrichting is het middel om geld af te persen. We moeten ophouden met politieke verhalen, daar zijn de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers voor. Nee hoor, wij doen aan politiek wanneer en waar dat nodig is, en de stadsdeel ambtenaren doen dat ook door selectief al onze voorstellen en argumenten te negeren. Vervolgens krijgen we een verkorte cursus staatshuishouding voor groep 2. Maar ja, we hebben zoveel slechte ervaringen met dit stadsdeel, dat het nu maar eerst moet tonen ons vertrouwen waard te zijn. De projectleider uit wat onverantwoorde kreten. Hij meent recht te hebben op zijn emotie. Als mens, akkoord, als projectleider niet professioneel.
Conclusie: zo komen we nergens. Als oplossing zal de wethouder verteld worden dat hij zelf eerst met ons tot politiek resultaat moet komen. Zo hoort dat ook. Wij blijven benieuwd.

Tussendoor bleek weer dat het stadsdeel zich verschuilt achter eisen van Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschap en Brandweer die lang zo hard niet zijn. Vertegenwoordigers van die diensten waren ontboden zonder dat het stadsdeel de afgelopen 2 jaar zijn eigen huiswerk heeft gedaan. En zonder eerst met ons tot vergelijk te komen. Zo verspilt de lokale overheid het krediet bij andere diensten. En verkracht bewonersparticipatie tot loze versiering.
Dus nog eens: blijven we nog langer moeilijk doen? òf zetten we nu een streep onder het verleden en werken we samen aan verbetering?

Aanlegovereenkomst

Bootbewoners van het Buiten IJ worden in hun woonrecht bedreigd en geconfronteerd met een aanlegovereenkomst. Het WBK is van mening dat je zo niet met mensen om kan gaan en heeft ter ondersteuning een Raadsadres gestuurd. Inmiddels is er bericht van het stadsdeel gekomen dat het Raadsadres op 30 augustus in de raadscommissie Middelen wordt behandeld. De commissie begint om 20.00 uur. Bewoners die daarbij aanwezig willen zijn kunnen de datum vast noteren.

Ligplaatsvergunning; artikel 31 – 2005

Naar aanleiding van de brief van 1 juni jl. van het Stadsdeel over de aangewezen ligplaatsen en de afhandeling daarvan, hebben wij een klacht bij het stadsdeel ingediend en deze

doorgestuurd aan de Gemeentelijke Ombudsman (zie verder in de krant). Het stadsdeel heeft gereageerd dat de klacht volgens de Klachtenregeling wordt behandeld en dat binnen 14 dagen telefonisch wordt gereageerd en uiterlijk in zes weken de klacht wordt afgehandeld. Indien wij niet tevreden zijn over de afhandeling dan kunnen wij ons wenden tot de Gemeentelijk Ombudsman. Bewoners die met hun boot ligplaats innemen op een aangewezen ligplaats moeten zelf de keuze maken of ze een ligplaatsvergunning willen aanvragen of deze procedure willen afwachten. Wij houden u op de hoogte.

Enquête van het bureau Onderzoek & Statistiek

Bootbewoners (niet iedereen) hebben van het bureau Onderzoek & Statistiek van de Gemeente Amsterdam een enquêteformulier ontvangen voor een woonlastenonderzoek, waarin ook werd gesteld dat dit in overleg met de Woonboten Comités heeft plaatsgevonden. De vraag van bewoners was of dit ook in overleg met het WB K is gebeurd. Daar kunnen wij kort over zijn: het WBK is hier niet bij betrokken geweest.

In 1991 is door dit zelfde onderzoeksbureau een woonlastenonderzoek gedaan en toen was het resultaat dat de woonlasten voor huiseigenaren en woonbooteigenaren praktisch gelijk waren. Opgemerkt moet worden dat toen de bootbewoners nog geen Roerende Ruimte Belasting betaalden en rioolaansluitrecht. Er zijn dus meer vaste woonlasten bijgekomen en is dit onderzoek feitelijk overbodig.