Bijeenkomst op De Bongerdboot

De werkgroep De Bongerd van het WBK heeft in november voor het eerst na de zomer weer een bijeenkomst gehad met het stadsdeel op de Bongerdboot.
De plannen voor het nieuwe stedenbouwkundig plan voor De Bongerd die ons zijn gepresenteerd zijn nog niet definitief. Naar aanleiding van de bijeenkomst heeft de werkgroep De Bongerd namens het WBK een brief opgesteld als reactie die hier onder is afgedrukt.
Het plan van de gemeente is om in het 1e kwartaal 2003 het stedenbouwkundig plan definitief te maken, en het nog voor de zomer 2006 vast te stellen.
We houden de plannen dus scherp in de gaten!!

brief Inspraak over de Tien Geboden voor de Waterlandse Zeedijk

Aan het Stadsdeel Amsterdam-Noord,                                 per e-mail en per post
t.a.v. secretariaat afd. R&EB,
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam

        Amsterdam, 18 juli 2005
Betreft: Inspraak over de Tien Geboden voor de Waterlandse Zeedijk.
Geacht secretariaat,

Hierbij de inspraakreactie van het Woonboten Komitee Zijkanaal I e.o. (WBK)

In grote lijnen treffen wij in dit concept, geschreven in de bloemrijke taal van een historisch sprookje, nogal wat inconsequente en opportunistische voorstellen aan.
Aan de ene kant wordt de Dijk heilig verklaard en worden ecologische doelstellingen en privacy ondergeschikt gemaakt, aan de andere kant wordt hij gemolesteerd als er meegelift kan worden op andere plannen die deels nog niet zijn goedgekeurd.
Wij lezen in dit concept de zoveelste reeks bedreigingen voor de woonsituatie van bootbewoners in het Zijkanaal I.

Puntsgewijs:
“ De Waterlandse Zeedijk” pag. 6. De Waterlandse Zeedijk is ooit aangelegd als zeewaterkering en heeft tot de huidige dag de functie van primaire waterkering.

WBK: Na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 verloor de Waterlandse Zeedijk zijn zeewerende functie. De Waterlandse Zeedijk heeft daarmee een secundaire functie gekregen. Dat de Waterlandse Zeedijk tot de huidige dag een primaire functie vervult is onjuist. 

“Route voor de fiets” pag 8. “In het beleidsdocument Hoofdnet Fiets in Amsterdam-Noord is aangegeven dat op twee punten  routes op de Waterlandse Zeedijk zullen aansluiten over twee nieuwe bruggen over Zijkanaal I ter hoogte van het Barkpad en de Kadoelenweg”.

WBK:  De voorgestelde fietsbrug ter hoogte van het Barkpad is door de Raad van State nietig verklaard. Het WBK blijft van mening dat de fietsbrug ter hoogte van het Barkpad overbodig is. Wel wordt in samenwerking met de werkgroep “De Bongerd” gewerkt aan een nieuwe fietsverbinding die via de nieuwe fietsbrug bij de Kadoelen (aanlanding Landsmeerderdijk) gaat lopen van Oostzaan/ De Bongerd, naar De Banne Zuid en Buikslotermeerplein. Voor deze fietsbrug en nieuwe route hoeven geen ligplaatsen te verdwijnen.
Wij constateren dat het adviesbureau RBOI op dit punt buiten haar opdracht gaat. De fietsbruggen hebben, immers geen enkele toegevoegde waarde voor de herkenbaarheid en bruikbaarheid van de dijk.   

“Beleid, maatregelen, uitwerkingen” pag. 30. “Ten aanzien van de inrichting van de dijk wordt de volgende regie voorgesteld. – gebakken klinkers in de oude bebouwde dijklinten.”

WBK:  op gebakken klinkers is het lastig wandelen en fietsen !!

”Maatregelen”:  pag.30. “ Wie van de dijk houdt spaart de snoeischaar niet. Dat kan spanning geven met ecologische doelstellingen of wensen met betrekking tot privacy. In de afweging echter mag de wens om een herkenbare zeedijk in Amsterdam-Noord te hebben een belangrijke rol spelen”.

WBK:  dit is een merkwaardige verschuiving van prioriteiten; aan de ene kant bevlogen pleiten voor een groene scheg en een park (je) en op een andere plaats onder de dekmantel van liefde de snoeischaar niet sparen. Wat is liefde ?

Pag. 31. “ regel het parkeren van woonschepen zo, dat de auto’s niet het fietsverkeer belemmeren of hinderen (parkeerplaatsen in het talud van de dijk)”.

WBK:  wij begrijpen niet dat er gesproken wordt over het regelen van het parkeren van woonschepen zodat zij het fietsverkeer niet belemmeren of hinderen. Wij gaan ervan uit dat dit een foutieve zinsnede is, zoniet willen wij graag vernemen wat er wel bedoeld wordt.  

“Tien uitwerkingen” pag. 37. ”Tussen de Kadoelerbreek en de Metaalbewerkerweg worden aan landzijde van de Buiksloterdijk moderne dijkwoningen gebouwd”.

WBK:  wij wijzen er op dat op deze plaats langs de dijk nooit huizen hebben gestaan. De geplande huizen voegen niets toe aan de karakteristieke herkenbaarheid van de dijk, integendeel. Ook doen zij afbreuk aan de zichtlijnen binnen de groene scheg. Wij vermoeden dat de ware redenen om deze huizen te bouwen nl. financiering van (een deel)van dit project, verstopt zijn onder termen als ‘enscenering van een uitzicht over de tuinen van de woonschepen’ en ‘de groene ruimte aan de binnenzijde van de dijk’.
Met die huizen blijft er van de groene ruimte op dat gedeelte van de dijk niet veel meer over en moeten wij gaan snoeien in onze tuinen om zichtlijnen te creëren?

Afgezien van deze punten is het vooral de vraag of het bevoegd gezag van de dijk, het Hoogheemraadschap toestemming zal geven voor woningbouw. Recentelijk is hiervoor geen toestemming verleend voor Marjoleinterrein.

 “Acties” pag. 37.“Gericht snoeien van de dichtgegroeide visuele relaties tussen dijk en Zijkanaal I”.
“Ontwikkeling van de oeverlanden in Zijkanaal I tot groene en transparante gebieden, waarin het reliëf en beloop van de dijk zichtbaar is, en visuele relatie met het Zijkanaal mogelijk maken”.

WBK:  er liggen nogal wat woonschepen aan weerszijden van het kanaal. Wij zien weinig ruimte om oeverlanden te ontwikkelen etc. zonder dat ook daar wellicht ligplaatsen moeten verdwijnen ?
Uiteraard is dat voor ons onacceptabel.

Wij vinden ook dat er vreemde afwegingen worden gemaakt omdat er wel gesproken wordt over het belang van een visuele relatie met het Zijkanaal en het creëren van zichtlijnen bij de woonboten maar niet bij de woonbebouwing (aan weerszijden) op de Landsmeerderdijk.  

“Acties” pag. 39. “1. snoeien van het struikgewas op het dijklichaam langs de Metaalbewerkerweg om de glooiing van het talud zichtbaar te maken. 2. herinrichting van het fietspad tussen de Metaalbewerkerweg en de Buiksloterdijk bij de Kamperfoelieweg”.

WBK:  Gezien de gewenste continuïteit van de fietsroute over de dijk, verbaast het ons zeer dat de fietsroute de dijk verlaat en beneden langs de Metaalbewerkerweg loopt. Hier wordt geen probleem
gemaakt om de route niet over het historische dijktracé te laten lopen, met het argument dat de route achter de dijk net zoveel vertelt als de route op de dijk.  Wordt hier wel rekening gehouden met iemand’s privacy?

Hoogachtend,

Namens de werkgroep Waterlandse Zeedijk van het Woonboten Komitee Zijkanaal I e.o.

Mw. G. van Zelst.

brief cie. Middelen

Aan de leden van de Commissie Middelen
van het Stadsdeel Amsterdam-Noord.

Amsterdam, 29 augustus 2005

Geachte Commissie,

Op 30 augustus staat het Raadsadres betreffende woonschepen in het Buiten IJ ter bespreking op de agenda. Gezien de grote belangen voor deze bootbewoners en hun gezinnen gaan wij er vanuit dat u zich ook als volksvertegenwoordigers voor deze bewoners van het Stadsdeel Noord zult inzetten.

Hoewel wij u in ons Raadsadres van 2 juni jl. reeds hebben geïnformeerd over ons standpunt, willen wij toch kort nog enkele nieuwe punten onder uw aandacht brengen.

De ruim 40 boten in het Buiten IJ/Schellingwoude, genoemd in het Plan van Aanpak handhaving woonboten en andere vaartuigen van 13 mei 2004, die door het Dagelijks Bestuur illegaal zijn verklaard, dienen naar onze mening hun legale status terug te krijgen die ze in 1991 al hadden.
Die legale status wordt nog eens bevestigd door een telling in 2002 door Rijkswaterstaat en een grenscorrectie/gebiedsuitbreiding van 1997.

Het is onbegrijpelijk waarom het Dagelijks Bestuur weigert de meest recente telling van ligplaatsen in het betreffende gebied, in 2002 door Rijkswaterstaat, aan te houden en te legaliseren.
In het Plan van aanpak handhaving woonboten en andere vaartuigen van 13 mei 2004 is vastgelegd dat het uitgangspunt de Nota Woonschepenbeleid 1991 is. Gelet op de telling van 1991 en zoals vastgesteld in de Nota Woonschepenbeleid betreft dit 526 ligplaatsen in Noord, waaronder 113 schepen in het Buiten IJ/Schellingwoude.

Uit het “Aktieplan Woonschepen 1994” blijkt echter dat ook in juni “94 een telling plaatsgevonden heeft. Daarbij zijn er totaal slechts 472 schepen geteld, waarvan 89 schepen in het BuitenIJ/Schellingwoude. In januari 1998  heeft weer een telling plaats gevonden. Toen zijn totaal 466 schepen geteld, waarvan 87 schepen in het BuitenIJ/Schellingwoude. In april 2005 liggen daar volgens tellingen plotseling nog maar 70 of 66 boten, in plaats van 113. Waarom worden er steeds minder ligplaatsen in het Buiten IJ/Schellingwoude meegeteld? Wij concluderen dat wordt gegoocheld met aantallen, dat legale boten, die al 20 tot 40 jaar in het BuitenIJ/ Schellingwoude woonrecht hebben opgebouwd, plotseling tot illegaal bestempeld worden. Zij worden bovendien als proefkonijn gebruikt voor een nieuwe aanlegovereenkomst die bepaalt dat zij of een legale status moeten kopen, tegen een exorbitant hoog bedrag, ofwel moeten verdwijnen.

Wij vinden het ongehoord dat in het jaarprogramma handhaving woonschepen 2005 het voornemen is om de 37 (weer andere telling), zogenaamd illegale, woonboten in het Buiten-IJ in één keer van een lastgeving te voorzien met een ruime begunstigingstermijn. Dit jaar kunnen alle bezwaarprocedures afgerond zijn. Dan zijn de eerste prioriteitsgebieden, genoemd in de handhavingnotitie, vrijwel gedaan. Dan volgen de andere kanalen. Gelet op deze uitspraken en de nieuwste tellingen in het jaarprogramma 2005 blijkt dat het Dagelijks Bestuur niet gevoelig is voor historisch feitelijke argumenten. Ook blijkt dat de afdeling BWT opdracht heeft om alle woonboten opnieuw te inventariseren. Wij zijn benieuwd hoeveel legale boten er nu weer zullen worden geteld.

Met betrekking tot de kwestie van de (betaling voor een nieuwe ligplaats) aanlegovereenkomst menen wij dat het stadsdeel (en de gemeente) een staaltje van speculatie laat zien. Die wil immers twee keer verdienen aan een plek (aanlegovereenkomst + precario), met het argument van “waarde van de woonboot in het economische verkeer”. Dit is diefstal van de booteigenaar. De hoogte van het bedrag veronderstelt immers dat de gemeente zou verdienen op de waarde van de boot in combinatie met de plek, niet alleen op de plek. Dit is ook speculeren met andermans bezit. De gemeente is immers niet gerechtigd om winst te maken op de waarde van de boot in het economische verkeer. Gelijkheidsbeginsel: De gemeente zou dit moeten doen met bezitters van huizen op gemeentegrond. Erfpacht afschaffen, innen van gelden op de grond, conform de waarde van de huizen in het economische verkeer en dan daarnaast precario instellen. Wij vinden dit voorstel onaanvaardbaar en buiten proportioneel.

Het stadsdeel Amsterdam –Noord is autonoom  op het gebied van het woonschepenbeleid en de heffing van precario en de Raad heeft over deze aanlegovereenkomst geen besluit genomen. De aanlegovereenkomst betreft nieuw beleid. Wij gaan er vanuit dat de stadsdeelraad zorgvuldig wil handelen en de aanlegovereenkomst van de centrale Stad niet overneemt zonder enige vorm van inspraak en zich daar ook voor inzet.

Vanuit het DB wordt gesteld dat het uitgangspunt het vastgestelde Woonschepenbeleid uit 1991 is, toch constateren wij op grond van het jaarprogramma dat vanuit het Stedelijk Project Wonen op het Water (waarin ook het stadsdeel Noord participeert) de nodige acties gaan volgen. Daarbij wordt gedacht aan voorstellen voor oeverbeheer. Mede als uitvloeisel hiervan worden ambtelijke afspraken gemaakt wie waarvoor verantwoordelijk is voor alles dat te maken heeft met het water- en oeverbeheer. Dit betekent dat ook hier nieuw beleid wordt gevoerd zonder enig overleg en inspraak met de bootbewoners in Noord. Want het stadsdeel Noord participeert in het Stedelijk Project en neemt blijkbaar alles over wat de centrale stad wil. Wij kunnen ons niet voorstellen dat uw Commissie en de Raad hier zomaar mee instemt en verzoeken u hiertegen stelling te nemen.

Om bovenstaande redenen verzoeken wij aan u bij de bespreking van ons Raadsadres en aanvullende punten genoemd in het jaarprogramma 2005 in uw overweging mee te nemen.
Hoogachtend,
Namens het WBK,
G. van Zelst, bestuurslid

erfpacht

In 1896 begon Amsterdam een erfpachtstelsel. De reden?
· Waardevermeerdering van de grond moest doorgesluisd worden aan de Gemeente, inplaats van aan de verkopende grondeigenaar.
· De gemeente wilde zo bepalen hoe de grond benut wordt, door voorwaarden te stellen aan de uitgifte.
· Men dacht op deze manier grondspeculatie tegen te gaan.
·
In Amsterdam rust op minder dan de helft van de grond erfpacht. De rest is in particulier eigendom. De Gemeente geeft niet altijd grond in erfpacht uit: bijvoorbeeld aan Nissan werd destijds grond in het westelijk havengebied verkocht omdat, zoals de wethouder zei: ‘Japanners dat liever zo hebben’.
Erfpacht van grond is dus uitzondering en niet noodzakelijk.

Erfpacht ontstaat zodra de Gemeente grond uitgeeft. De overeenkomst wordt vastgelegd in een notariële acte en ingeschreven in het Kadaster. In de overeenkomst staan algemene voorwaarden -door de Gemeenteraad vastgesteld en regelmatig gewijzigd- en bijzondere voorwaarden.
De erfpacht kan van voortdurende aard zijn, òf van tijdelijke aard. In het laatste geval vervalt de grond na afloop weer aan de Gemeente. Die waarde van de grond wordt verrekend met de jaarlijks te betalen canon.
In Amsterdam wordt die canon ieder jaar of eens in de vijf jaar met de inflatie verhoogd. Bij voortdurende erfpacht worden na ieder tijdvak van 50 jaar èn de algemene bepalingen aangepast èn de canon opgewaardeerd, naar de veronderstelde marktwaarde.
De betaling van de jaarlijkse canon kan afgekocht worden.

In 1999 is de vorige poging om erfpacht op het water in te voeren, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen opgegeven:  water is nl. juridisch geen onroerend goed.

aanlegovereenkomsten
De aanlegovereenkomst is door de Amsterdamse ambtelijk-bestuurlijke werkgroep ‘Wonen op het Water’ bedacht. Alle woonbootorganisaties zijn vorig jaar uit die werkgroep gestapt omdat er bij voorbaat niet naar hen geluisterd werd. Zo ontstond daar een plan om nieuwe ligplaatsen uit te geven voor nieuwe schepen. Met tarieven vergelijkbaar met erfpacht op de wal. Deze constructie wordt nog nergens in Nederland toegepast !

In Noord wordt dit nooit bekrachtigde beleid, ingevoerd door ambtenaren zoals woordvoerder Theo van Gorsel en de volgzame Groen Links portefeuillehouder Kees Diepeveen.
Bevlogen weet Diepeveen te vertellen dat hij weliswaar geen grond of water in erfpacht kan geven, maar in plaats daarvan levert hij ligplaatsvergunningen. Die zijn ook gewild, vandaar. En hij hangt vervolgens het verhaal op dat op deze manier eventuele speculatiewinst bij verkoop van het schip ten goede komt aan ‘de Gemeenschap’. Wat een nobel principe.
Deze Robin Hood schuwt daartoe geen enkele slimmigheid of leugen:

truc1: Zoveel mogelijk schepen illegaal verklaren met terugwerkende kracht tot 18 jaar
Ontkennen van 40 jaar bestuurlijke ongeïnteresseerdheid voor het Buiten IJ
Beweren dat er planologisch teveel woonschepen liggen
Ontkennen dat een stukje water met 80 schepen pas sinds 8 jaar onder Noord valt
Hanteren van een ondeugdelijke inventarisatie, tegen beter weten in
Verdoezelen dat inschrijving op een woonschip wederrechtelijk wordt gesaboteerd
Ontkennen dat het stadsdeel heel onzorgvuldig is omgegaan met vergunningen
Dreigen met verwijdering van 44 woonschepen
truc 2:Vernietigen huidige ligplaatsen met grandioze smoezen
Slecht gelezen wensen van andere instanties worden hoog opschroeven
truc 3: Ineens mogen de vervolgde eigenaren toch blijven, als ze maar flink betalen;
Het principebesluit van de gemeenteraad voor nieuwe schepen op nieuwe plaatsen
flink oprekken tot een verplichting  voor bestaande schepen op vervangende plaatsen
Wat de rechten worden, buiten die ligplaats vergunning, dat is niet eens bedacht.
truc 4: aanlegovereenkomst hoeft misschien toch weer niet, als de bewoners maar iets leuks
helpen verzinnen dat alleen hen geld gaat kosten.

En wij moeten geloven dat zoiets een sociaal beleid heet.
Mooi niet. Het is en blijft chantage en afpersing.

De hoeveelheid smoezen en het gedraai, maken duidelijk dat Diepeveen allang weet dat hij fout zit. Dat hij het recht niet heeft op geldklopperij, gevoed door vooroordeel, slechte dossierkennis, jalousie, verkeerde adviezen en scoringsdrang.
Maar ja, zo kan je misschien politieke carrière maken.
Ten koste van de belangen van burgers. Dat wel. En dat is precies waarom in 2001 een groot deel van de bevolking zich bij de verkiezingen afkeerde van de gevestigde partijen.

Geert Lewis

Artikel 31 ligplaatsen (aangewezen ligplaatsen).

Op 21 juli jl. heeft een gesprek (‘middags) plaatsgevonden tussen twee ambtenaren van het stadsdeel en een bestuurslid WBK en adviseur van het Landelijk Woonschepen Overleg over de  klacht betreffende de afhandeling van de art. 31 ligplaatsen. Het is verbazingwekkend dat op 22 juli het antwoord op de afhandeling van de klacht al in de brievenbus lag (zie verder in de krant – pagina’s 16 en 17). Dat dit gesprek niet zou leiden tot oplossing van de klacht was al snel duidelijk, omdat het stadsdeel (ambtenaren) niet op relevante feiten en vragen wilde ingaan. Het gaat hier ons inziens niet om een verschil in standpunt, maar om het feit dat het stadsdeel niet wil uitleggen waarom er geen uitvoering wordt geven aan art. 88 van de Huisvestingswet. Hierin heeft de wetgever uitdrukkelijk beoogd dat de rechten zoals in art. 31 van de Woonschepen Wet vastgelegd worden voortgezet en dat houdt in dat de vergunningvrije ligplaats blijft gehandhaafd. Ons standpunt dat het verzoek om een ligplaatsvergunning aan te vragen prematuur is omdat de Verordening op de Haven in het Binnenwater (VHB) aangeeft dat de aangewezen ligplaatsen (art. 31) vergunningvrij zijn, werd geantwoord dat niet aan het Dagelijks Bestuur gezegd wordt dat ze het verkeerd zouden hebben gedaan en dat vanuit het stadsdeel aan de centrale stad inmiddels is verzocht om dit artikel uit de verordening te schrappen. Het voorstel om art. 2.2. (aangewezen ligplaatsen) uit de VHB te schrappen, blijkt dus niet vanuit de stad te komen zoals wordt gesuggereerd maar vanuit het stadsdeel Noord. Voor de lange termijn van vier maanden die gehanteerd is om de brieven te beantwoorden is geen excuses aangeboden maar omdat er wat heen weer is gepraat per e-mail met ambtenaren, is excuses volgens het stadsdeel niet aan de orde. Leuk bedacht maar het kan toch ook niet zo zijn dat wat heen en weer gepraat met ambtenaren via e-mail, in de plaats kan treden van een officieel beargumenteerd antwoord van het Dagelijks Bestuur. Het is ook onjuist dat er een overleg met ambtenaren en leden van het WBK en adviseur over dit onderwerp heeft plaatsgevonden.

Omdat het gesprek en de brief van 22 juli jl. geen oplossing hebben geboden, is op 12 augustus aan de Gemeentelijke Ombudsman verzocht onze klacht in behandeling te nemen. Van de Gemeentelijke Ombudsman is op 30 augustus een bevestiging gekomen waarin wordt geconstateerd dat wij met name bezwaar maken tegen het verzoek van het stadsdeel om een ligplaatsvergunning aan te vragen. Daarbij is medegedeeld dat om te kunnen beoordelen of een onderzoek mogelijk dan wel zinvol is, vooronderzoek noodzakelijk is en dat we daarover nader bericht zullen ontvangen. De zaak ligt nu bij de Ombudsman. Van het verdere verloop houden wij u op de hoogte.                 

Inspraakreactie op de Tien geboden voor de Waterlandse Zeedijk.

Op 18 juli 2005 is door het WBK een inspraakreactie ingediend op de visie over de Tien geboden voor de Waterlandse Zeedijk. De visie kan en mag naar onze mening geen gevolgen hebben voor de woonboten gelegen aan de Buiksloterdijk en Landsmeerderdijk. De Visie Waterlandse Zeedijk wordt in november 2005 in het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel-Noord besproken. Daarna zal er een antwoord op onze inspraakreactie komen. We moeten wel alert blijven wanneer dit verder door de politiek wordt besproken.

Aanvulling op het raadsadres Buiten IJ

Het Raadsadres m.b.t. de plannen die het stadsdeel heeft voor de bootbewoners van het Buiten IJ/Schellingwoude is in de Commissie Middelen op 30 augustus jl. aan de orde geweest. Omdat door betrokken bewoners in het vragenhalfuurtje al ingesproken was en daarop over dit onderwerp een discussie is gehouden, is vanuit de Commissie voorgesteld om het Raadsadres niet ter afhandeling aan het Dagelijks Bestuur te geven maar te betrekken bij het overleg wat tussen de bewoners en stadsdeel plaatsvindt. Wij hopen dat de betrokken bestuurder dit ook inderdaad doet en gaan er van uit dat de bewoners daarop zullen toezien.

Vanuit het WBK is niet meer ingesproken maar wel een aanvulling op het Raadsadres per e-mail aan de leden van de Commissie Middelen verzonden.

Precario

Bij brief van 3 mei jl. is door het Dagelijks Bestuurslid R. Post meegedeeld dat voor de plannen omtrent het huur- en precariobeleid voor water en tuingrond de inspraakverordening zal worden toegepast. Omdat de precarioverordening voor het eind van dit jaar weer vastgesteld moet worden, verwachten wij dat het Dagelijks Bestuur binnenkort met hun plannen en inspraakprocedure zullen komen.

Fietsbruggen over Zijkanaal I, alternatief voorstel WBK

Ter herinnering: in de plantekeningen van “De Bongerd” zijn 2 fietsbruggen opgenomen. De ene brug is getekend bij de bocht van het kanaal en verbindt de Westelijke oever met de Oostelijke ter hoogte van de Kadoelenweg.
Deze brug staat ingetekend in het bestemmingsplan en het WBK ziet geen bezwaren wat de plaats betreft maar vindt het wel onpraktisch dat deze brug niet beweegbaar (wel uitneembaar) is en een beperkte doorvaarthoogte heeft.
Dit levert o.a. beperkingen op voor woonboten die voor onderhoud naar de werf moeten. Een ander punt van zorg is de smalle aanlanding aan de Landsmeerderdijk  op een punt waar geen fietspad is maar wel doorgaand autoverkeer.

De andere fietsbrug zou ongeveer ter hoogte van het Barkpad moeten komen. De Raad van State heeft in een eerder stadium van de Bongerd-plannen besloten dat de noodzaak voor deze brug niet is aangetoond en heeft hem nietig verklaard. Desalniettemin wordt de brug nog steeds ingetekend op wisselende plaatsen. Minstens 2 woonboten zouden voor deze brug verplaatst moeten worden en geluidshinder voor belendende boten zal aanzienlijk zijn.
Het WBK blijft tegen deze brug, maar omdat deze brug als een jojo over het kanaal wordt geschoven, is er noch voor individuele betrokkenen, noch voor het WBK gelegenheid om hier tegen bezwaar te maken.

Het WBK heeft voor deze brug een alternatief voorstel ingediend. Dit voorstel is op 11 juli j.l. besproken met de projectmanager in de werkgroep De Bongerd. Vervolgens zal het door een onderzoeksbureau beoordeeld worden.

Het WBK-voorstel houdt o.a. in dat een beperkt deel van de middelen die de gemeente heeft voor de aanleg van een 2de beweegbare fietsbrug, in te zetten op een andere manier. Het doel blijft hetzelfde nl.: het verbeteren van de fietsverbindingen tussen Oostzaan/De Bongerd met de Banne en het Buikslotermeerplein.
1. vanaf de 1e fietsbrug (t.h.v. de Kadoelenweg) een extra stukje fietspad van 80 meter aanleggen langs de zuidkant van het gemaal bij Kadoelen dat uitkomt bij het bestaande fietspad langs de IJdoornlaan naar de Banne en Buikslotermeerplein.
2. Een doorgaande fietsroute langs de Bongerd aan de groene west-oever van het kanaal (zit in de huidige indicatieve plannen van de gemeente).
3. De fietsroute over het noordelijk deel van de Buiksloterdijk doortrekken
4. De fietsroute over de Klaprozenweg verbeteren door een 2-richtingen fietspad aan te leggen aan de noordzijde van de brug zodat fietsers daar niet meer gevaarlijk hoeven over te steken.
5. De 1e fietsbrug beweegbaar maken zodat een duurzaam en recreatief gebruik van het hele kanaal mogelijk blijft.

Wordt vervolgd

Aan: het Dagelijks Bestuur van het
Stadsdeel Amsterdam-Noord
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam
Amsterdam, 22 juni 2005
KLACHT

M.b.t. afhandeling brieven over aangewezen ligplaatsen (artikel 31) en artikel 88 Huisvestingswet

Geacht bestuur,

Bij brief van 26 augustus 2004 hebben wij juridisch onderbouwd waarom het verzoek van uw afdelingsmanager ir. A.P.M. van Dongen van het Stadsdeel Amsterdam-Noord om een ligplaatsvergunning aan te vragen voor de aangewezen ligplaatsen onterecht is. Omdat er geen reactie op onze brief kwam, is op 8 november 2004 een korte samenvatting van de brief van 26 augustus aan u gestuurd. Ook daarop is geen reactie gekomen. Daarom hebben wij op 6 december 2004 opnieuw aan het Dagelijks Bestuur verzocht onze brieven te beantwoorden met het verzoek om binnen 10 dagen schriftelijk te reageren.

Na ruim vier maanden op 3 januari 2005 (26 augustus 2004 – 3 januari 2005) hebben wij tot onze verbazing op de brief van 8 november wel een antwoord gekregen, maar niet op de brief van 26 augustus 2004. Gezien de gehanteerde termijn van beantwoording op onze brief van 26 augustus, vinden wij dit geen behoorlijke manier van omgaan met burgers. Wij menen dat binnen een termijn van 6 weken een antwoord op een brief mogelijk moet zijn.

Bovendien wordt er niet geantwoord op onze juridische argumenten en daarbij constateren wij dat uw brief van 3 januari 2005 tegenstrijdigheden bevat. Er wordt namelijk wel bevestigd dat “om in de rechtsbescherming te blijven voorzien is in de Huisvestingswet artikel 88 opgenomen die de strekking van art. 31 van de Wet op de Woonwagens en Woonschepen (WWW) onverkort voortzet”, maar het bestuur handelt daar niet naar. Ook wordt in uw brief erop gewezen dat in art. 2.2. lid 2 van de Verordening op de Haven en het binnenwater 1995 (VHB) is bepaald dat de vergunningplicht voor woonboten niet van toepassing is op plaatsen die zijn aangewezen op grond van het genoemde art.31 van de WWW. Maar u bent in tegenstelling tot het bepaalde in de Huisvestingswet art. 88 en VHB van mening dat het vervallen van de wet en daarmee het raadsbesluit als gevolg heeft, dat deze bepaling geen inhoud meer heeft en de hier aanwezige woonboten vergunningplichtig zijn. Het lijkt ons vanwege de tegenstrijdigheid in uw brief dat er geen zorgvuldige afweging is gemaakt.

Het is namelijk wel degelijk de bedoeling van art. 88 in de Huisvestingswet dat de strekking van art. 31 van de WWW onverkort zal worden voortgezet. Dat betekent een vergunningsvrije ligplaats (de plek is immers aangewezen bij besluit van B&W). Het is een onjuiste constatering van uw kant dat deze bepaling geen inhoud meer zou hebben. Het betekent immers dat er in praktijk niets veranderd is. Gezien uw vasthoudendheid om de bewoners onder de vergunningplicht te brengen, vragen wij ons af welk belang het stadsdeel hierbij heeft. Ook gaat u niet in op onze mededeling dat het besluit  tot de aangewezen ligplaatsen niet is vastgelegd in een Raadsbesluit, maar dat dit besluit genomen is door Burgemeester & Wethouders van de gemeente Amsterdam (reeds vanaf 1922). Uw bewering is dus onjuist dat dit een vervallen Raadsbesluit zou betreffen. Bovendien is dit besluit niet ingetrokken.

U merkt verder in uw brief van 3 januari 2005 op dat een stedelijke ambtelijke werkgroep voornemens is art. 2.2 lid 2 uit de Verordening op de Haven en Binnenwater te schrappen.
De brief van 20 juli 2004 aan de bewoners van de aangewezen ligplaatsen met het verzoek om een ligplaatsvergunning aan te vragen is dus voorbarig en niet aan de orde. De VHB is nog steeds van kracht. Wij mogen er toch vanuit gaan dat deze ambtelijke werkgroep zich houdt aan wat in de Huisvestingswet art. 88 en publicaties in het Staatsblad 1998 is vastgelegd en het beoogde doel daarvan. In de publicatie van het Staatsblad 459 – 1998, artikel XI, is immers opgenomen dat de Wet op de Woonwagens en Woonschepen wordt ingetrokken, met dien verstande dat gemeentelijke verordeningen die vόόr het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet krachtens art. 31 van de Wet op de Woonwagens en Woonschepen zijn vastgelegd, worden aangemerkt als verordeningen krachtens artikel 149 van de Gemeentewet. De verordening op de Haven en het binnenwater is in 1995 vastgesteld en art. 2.2. lid 2 zou dus gehandhaafd dienen te blijven.

Op 1 juni hebben wij van het DB een reactie op onze brief van 20 januari ontvangen. De beantwoording duurde weer ruim vier maanden voor een antwoord ontvangen is en we vinden deze termijn net als bij de vorige beantwoording niet behoorlijk.

Wij willen uitdrukkelijk onze bezwaren aan het DB kenbaar maken tegen het niet beantwoorden van onze vragen en juridisch argumenten in onze brieven. U meldt in uw brief van 1 juni jl. dat in de brief van 3 januari het standpunt van het DB is weergegeven, van woonboten die in het verleden waren aangewezen op grond van de WWW. Het is juist dat het DB een standpunt heeft genomen, maar het lijkt ons toch gebruikelijk en wel zo netjes als er inhoudelijk wordt ingegaan op onze argumenten. Maar dat is niet het geval. In beide brieven van het DB wordt alleen maar gezegd dat bij de komende herziening van de VHB zal worden voorgesteld om art. 2.2. lid 2. te laten vervallen. Wij vinden dit niet juist. Maar constateren ook dat er vooruit wordt gelopen op e.v.t te voeren beleid. Ook in de Nadere regeling Woonboten (NRW) van het Stadsdeel-Noord van 1998 (nog steeds van kracht) wordt expliciet verwezen naar de artikelen 2.2, 2.4 en 2.5 van de VHB betreffende art. 31 ligplaatsen. Daarbij wordt aangegeven dat als op een aangewezen plaats toch een ligplaatsvergunning wordt aangevraagd dat dit niet van toepassing is.

Wij menen dan ook dat er geen reden was om op 20 juli 2004 aan de betrokken bootbewoners te verzoeken in het vervolg een vergunning aan te vragen en deze voor 1 september te retourneren. Daarbij moeten de bewoners allerlei handelingen worden gedaan zoals invullen van: adres van de locatie van de woonboot, huidige naam, kenmerk huidige woonboot, huidige maten van de woonboot, lengte, breedte, hoogte, diepgang, of de boot eigendom is, verzoeken om een ligplaatsplaatsvergunning, een foto of bouwtekening van de woonboot, een situatietekening-plattegrond van de locatie met de woonboot daarop ingetekend, een bewijs waaruit blijkt dat je de eigenaar bent van de woonboot bijv. een kopie van een koopcontract of een uittreksel van het Kadaster moet worden ingeleverd bij de afdeling Bouwtoezicht. Dit betekent dat er heel veel handelingen verricht moeten worden en dat de bewoners behandeld worden alsof deze voor het eerst op die plek met de woonboot komen wonen. Wij vinden dit geen nette behandeling van bewoners waarvan sommige al meer dan 60 jaar op dezelfde plek wonen. Terwijl wij toch mogen verwachten dat de betrokken dienst over al deze gegevens beschikt. Wij begrijpen dan ook niet waarom deze ligplaatsvergunning niet gewoon is verstrekt aan de huidige eigenaren, zoals dit recentelijk ook is gedaan bij bootbewoners aan het Koppelingpad en Verstuiverstraat (zonder aanvraag) Hoewel ambtelijk wordt aangegeven dat de dienst Bouwtoezicht niet over alle namen beschikt lijkt ons dat curieus. De eigenaren moeten immers bekend zijn bij het stadsdeel omdat de belastingdienst in opdracht van het stadsdeel de aanslagen voor precario aan hen verstuurt.

Er wordt in uw brief van 1 juni jl. gemeld dat de brief van 20 januari van 2005 van het WBK aan de orde is geweest in de vergadering van 21 december 2004 en deze op die dag ook getekend is door de voormalige voorzitter van het DB en verzonden op 3 januari jl.. Wij hebben u bij brief van 20 januari jl. de besluitenlijst van 21 december van het DB als bijlage meegestuurd. Het is ons overigens bekend wat een B-procedure betekent. Uit de B-procedures van 21 december blijkt dat onze brief niet voorkomt op de lijst. Wij kunnen dus niet beoordelen of de brief inderdaad op 21 december aan de orde is geweest en kunnen dus ook niet beoordelen of de ondertekening door de voormalige voorzitter correct is. Het DB kan onze twijfels daarover wegnemen door ons een kopie te doen toekomen van de besluitenlijst waarop de behandeling van onze brief heeft plaatsgevonden.

De conclusie dat het DB dit niet als een vastlopende conflictsituatie ervaart, delen wij niet. Wij ervaren dit wel degelijk als een conflictsituatie en voelen ons genoodzaakt dit conflict aan de Ombudsman te Amsterdam voor te leggen.

Wij dienen hierbij een klacht in om de volgende redenen:
·    gelet op de termijn van ruim 4 maanden tussen het reageren op onze brieven;
·    onze argumenten te kwalificeren als een visie;
·    vasthouden aan het eigen standpunt door het stadsdeel zonder op onze vragen en juridische argumenten gemotiveerd te reageren;
·    ten onrechte bewoners allerlei handelingen te laten verrichten om in aanmerking te komen voor een ligplaatsvergunning;
·    geen antwoord te geven op ons verzoek om het verzoek om een ligplaatsvergunning aan te vragen, in te trekken, en in een brief aan de bewoners kenbaar te maken dat er geen ligplaatsvergunning nodig is conform de VHB en NRW;
·    geen antwoord geven op ons verzoek de betrokken bewoners een ligplaatsvergunning inclusief bezwaarclausule te verstrekken, zonder alle aangekondigde handelingen, zodat zij zelf kunnen bepalen of ze bezwaar willen maken of niet;
·    geen antwoord op de onjuistheid van het noemen van een Raadsbesluit betreffende de aangewezen ligplaatsen i.p.v een besluit door B&W;
·    vooruitlopen op e.v.t. nog te voeren beleid door op de site van het Stadsdeel-Noord (2004) aan te geven dat voor woonboten die op een voormalige aangewezen ligplaats op grond van art. 31 van de WWW een ligplaats innemen een ligplaatsvergunning moet worden aangevraagd;
·    vooruitlopen op e.v.t nog te voeren beleid omdat art. 2.2. lid 2 VHB en genoemde artikelen in de VHB nog van kracht zijn;
·    niet ter zake doende argumenten over beleid van andere gemeenten.

Hoogachtend,

Woonboten Komitee Zijkanaal I e.o.
G. van Zelst, bestuurlid

c.c. Ombudsman te Amsterdam + alle brieven en bijlagen – die reeds in het bezit zijn van het van het stadsdeel Noord Raadsleden