brief 11 maart 2005 – Schellingwoude

Amsterdam, 11 maart 2005

aan de dagelijks bestuurders
Stadsdeel Amsterdam Noord

Wist u dat :
Scheepsbewoners van Rijkswaterstaat ontheffing hebben voor hun ligplaatsen.
Scheepsbewoners aan Domeinen huur betalen voor de ligplaats.
Scheepsbewoners aan Verkeer en Waterstaat Verontreiniging Oppervlaktewater betalen.
Scheepsbewoners aan de Gemeente Amsterdam Roerende Ruimte Belastingen betalen,
-hetzelfde als OZB op de kant- en ook Afvalstoffenheffing.
Scheepsbewoners zelf alle voorzieningen betaald hebben en ook onderhouden.

·    Dat per abuis in de ‘Nota woonschepenbeleid 1991’ vergeten is op te nemen dat binnen
het huidig bestemmingsplan Schellingwoude het water pas sinds 1997 bij Stadsdeel Noord is gekomen, en bijgevolg de op dat moment hier liggende schepen tot het ‘huidig bestand’ woonschepen in Noord behoren, conform het gemeentelijk beleid, bevestigd door B&W getuige bericht dd. 21 oktober 1985
·    Er op het Buiten IJ volgens Rijkswaterstaat in 2002 zelfs minder woonschepen liggen dan
in de telling 1991 van het Stadsdeel voorkomen.
·    Ligplaatsvergunningen in het verleden op niet altijd eenduidige gronden zijn verleend of
afgewezen. Helaas niet gebaseerd op welk voorschrift dan ook. Er zijn ettelijke en zeer verschillende ad-hoc toezeggingen en soms halve vergunningen verleend.
·    Door het Stadsdeel op het Buiten IJ jarenlang alleen willekeurig is gehandhaafd.

Deze voorgeschiedenis maakt het niet redelijk en niet billijk om nu 35 schepen weg te schrijven, dus 35 huishoudens uit hun woning te zetten.
Dat wordt ook absoluut niet begrepen. Niet door de scheepsbewoners, niet op de scholen, niet op de verenigingen en sportclubs.
Daarin weten we ons gesteund door de vele vrienden en kennissen in de dorpsgemeenschappen van Landelijk Noord.
En door de Dorpsraden. En de andere woonbootcomité’s.
Wij verwachten ook niet dat u daar de verantwoordelijkheid voor wilt nemen.

Wij doen een beroep op u om een streep te zetten onder alle trivialiteit uit het verleden.
Ook wij willen in goed overleg en samenwerking komen tot een voor alle partijen leefbare en werkbare situatie. Met duidelijke afspraken.
De afwikkeling van het komende bestemmingsplan Schellingwoude zal daarmee gediend zijn.

Het enige wat wij daarvoor van u vragen is legalisatie van alle bewoonde schepen in de telling 2002 van Rijkswaterstaat.
Dit doorkruist geen enkel ander beleidsvoornemen.

Met vriendelijke groeten,

Comité Scheepsbewoners Buiten IJ
p/a Volharding, Schellingwouderdijk t/o 315, 1023 NM Amsterdam
comitescheepsbewonersbuiten-ij@hetnet.nl

namens deze:                Geert Lewis            George Walhof

brief 20 januari 2005 – aangewezen ligplaatsen (art. 31) en art. 88 Huisvestingswet

Aan het Dagelijks Bestuur van het
Stadsdeel Amsterdam-Noord
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam

Amsterdam, 20 januari 2005

Uw kenmerk: 126932/139528

Betreft: aangewezen ligplaatsen (art. 31) en art. 88 Huisvestingswet.

Geacht bestuur,

Naar aanleiding van uw brief van 3 januari 2005 delen wij u het volgende mee. Het verbaast ons ten zeerste dat de brief ondertekend is door de voormalige voorzitter van het Dagelijks Bestuur mw. J. Peppels. De betrokken ambtenaar heeft telefonisch mee gedeeld dat het besluit over beantwoording van onze brieven op 21 december 2004 door het toen nog in functie zijnde Dagelijks Bestuur genomen is. Uit de besluitenlijst van het Dagelijks Bestuur van 21 december van 9.05 uur t/m13.55 uur blijkt dit besluit niet genomen is (zie bijlage). Ons rest dan ook geen andere conclusie dan dat de brief van 3 januari 2005 onbevoegd is ondertekend.

Ook blijkt dat op de site van het Stadsdeel m.b.t de aanvraag ligplaatsvergunning al op 25-11-2004  gesproken wordt van een voormalig aangewezen ligplaats op grond van art. 31. Op die datum kon er nog niet gesproken worden van voormalig omdat daar pas op 21-12-2004 een besluit over genomen zou zijn. Wij willen van u vernemen wie dat besluit heeft genomen: het DB of de ambtelijke dienst.

In alinea 5 van uw brief staat dat art. 2.2. van de VHB van 1995 geen inhoud meer heeft en dat de aanwezige woonboten derhalve vergunningplichtig zijn. Maar in alinea 8 blijkt dat de stedelijke ambtelijke werkgroep die bezig is de VHB te herzien het artikel 2.2. waarschijnlijk zal schrappen en dat het voorstel tot herziening nog aan wethouder Stadig voorgelegd moet worden. Dit betekent dat er met het aanvragen van een ligplaatsvergunning vooruitgelopen is op deze eventuele wijziging.

Ook staat er in uw brief dat u onze visie niet deelt. Het gaat hier niet om een visie. Wij hebben op 26 augustus jl. met juridisch onderbouwde argumenten aangetoond waarom het art. 31 zoals opgenomen in de Huisvestingswet art. 88 onverkort moet worden voortgezet. Volgens u moet er een ligplaatsvergunning aangevraagd worden als gevolg van het vervallen van de wet en ook het raadsbesluit.  Dit is niet juist: in de eerste plaats omdat art. 31 is overgegaan naar de Huisvestingswet. Ten tweede er is geen raadsbesluit genomen maar zijn de aangewezen ligplaatsen bij besluit door Burgermeester en Wethouders van Amsterdam genomen ( reeds vanaf 1921). Dit besluit is nooit ingetrokken.

In uw brief van 20 juli 2004 wordt de indruk gewekt dat het aanvragen van de ligplaatsvergunning slechts een formaliteit betreft en omdat de brief een informatieve status heeft kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht geen formeel bezwaar gemaakt worden.

Indien u een ligplaatsvergunning inclusief bezwaarclausule verstrekt had aan de betrokken bewoners, zoals bij het Koppelingpad en Verstuiverstraat is gedaan, dan zou ieder voor zich hebben kunnen besluiten wat te doen . Deze kwestie loopt zo lang omdat u in januari 2005 pas heeft gereageerd op onze brief van 8 november jl. terwijl wij bij brief op 26 augustus jl. u  hierover al gemotiveerd hebben geïnformeerd.

Tot slot vraagt u wat het belang van deze discussie is,
Voor ons is dit geen discussie. Het WBK hecht er belang aan om op volwaardige manier behandeld te worden. In uw brief ontbreekt de juridische onderbouwing om deze wijzigingen in onze rechtspositie door te voeren.

Wij gaan er van uit dat we binnen  een  termijn van 6 weken van u een zakelijk, alsmede juridisch onderbouwd, antwoord ontvangen. Gebeurt dit niet, dan zien we ons genoodzaakt om in deze vastlopende conflictsituatie andere stappen te ondernemen.

Hoogachtend,

Namens het Woonboten Komitee Zijkanaal I e.o
G. van Zelst, bestuurslid

Bijlagen: bijlage besluitenlijst DB – 21 december 2004
kopie site sdan betr. aanvraag ligplaatsvergunning
brief WBK van 26 augustus 2004

Brief 15 februari 2005 – inspraakreaktie op het Projectbesluit Buiksloterham

Gemeente Amsterdam
Projectbureau Noordwaarts
Postbus 37556
1030 AN  Amsterdam

Amsterdam, 15 februari 2005

Betreft: inspraakreaktie op het Projectbesluit Buiksloterham.

Geachte dames en heren,

Na bestudering van het Projectbesluit Buiksloterham hebben wij de volgende opmerkingen en vragen:

18 Woonschepen Tolhuiskanaal aan de Grasweg:
Uit de tekeningen blijkt dat er geen woonschepen zijn ingetekend. Bovendien is de plangrens midden in het kanaal gelegd waardoor de woonschepen buiten het bovengenoemde projectbesluit vallen terwijl deze hier al meer dan 80 jaar legaal liggen. Wij vragen ons af door wie dit besloten is en waarom?
Door de heer D. Stadig wethouder Ruimtelijke Ordening van de Centrale Stad is immers bij brief van 24 mei 2004 (kenmerk/7425) de toezegging gedaan dat de woonschepen met tuinen en schuren zullen worden opgenomen in het Bestemmingsplan Buiksloterham. Er is ons inziens dan ook geen enkele reden om de woonschepen buiten dit projectbesluit te houden en verzoeken hierbij dan ook deze toezegging na te komen.

Ook wordt er melding gemaakt van een 2e brug over het Tolhuiskanaal. Wij willen hierbij aantekenen dat deze brug aan dezelfde eisen zal moeten voldoen (hoogte en breedte) als de brug op de kop van de Grasweg richting Distelweg. Er zijn in het verleden schriftelijk afspraken gemaakt met de woonbootbewoners over het uittillen van het beweegbare deel van de brug. Deze afspraken moeten onverkort gaan gelden voor een 2e nog te bouwen brug. Dit dient dan ook schriftelijk te worden bevestigd aan de bewoners.

4 Woonschepen in het Zijkanaal I tussen de Klaprozenweg en het Papaverkanaal:
Ook hier heeft men verzuimd de woonschepen in te tekenen. Ook wordt er geen melding gemaakt van het feit dat hier 4 woonschepen liggen terwijl deze er al meer dan 60 legaal jaar liggen. Men heeft besloten dat het deel waar deze woonschepen zijn afgemeerd “openbaar groen” moet gaan heten zonder zich om de woonschepen te bekommeren. Het Projectbesluit Buiksloterham laat zien dat recreatie (openbaar groen) geprevaleerd wordt boven wonen en werken. Dit is voor de bewoners en het woonbotenkomitee een onacceptabele gang van zaken.

Bovendien blijkt men de Klaprozenweg te willen verbreden naar 2 x 2 rijstroken. In dat geval zal ook de brug moeten worden verbreed hetgeen weer gevolgen heeft voor de woonschepen aan beide zijden van de brug. Hoe denkt men dit op te lossen?

Wij wijzen erop dat de woonschepen in de woonschepenhaven gelegen bij de Klaprozenweg buiten het Projectbesluit Buiksloterham vallen maar daar in een later stadium wellicht toch mee te maken krijgen.

Uit het Projectbesluit blijkt dat visie voor de Buiksloterham voortgekomen is uit het concept Masterplan  Noordelijke IJ-oever 2003. Ook blijkt, dat het Masterplan nog steeds een concept is en niet vastgesteld is door de Stadsdeelraad. Wij menen dan ook dat het vooruitlopen op de vaststelling van het Masterplan niet bijdraagt aan democratische en evenwichtige besluitvorming.

1 Woonschip aan de Distelkade achter het NH Hotel:
Ook dit woonschip is niet ingetekend (ligt daar al 17 jaar) en er wordt ook geen melding van gemaakt. Wel ligt er het plan om een deel te dempen om dit vervolgens als openbare pleinen en kaden te bestempelen. Vanzelfsprekend een – voor de bewoners van dit woonschip -onverkwikkelijke zaak.

In het Johan van Hasseltkanaal wordt gesproken over 2 nieuwe oververbindingen. Wij nemen aan dat hiermee bruggen worden bedoeld. Men dient ook hier rekening te houden met uitneembare weggedeelten, ofwel beweegbare bruggen, zodat de doorvaart voor de woonschepen en varende schepen gelegen aan de Ranonkelkade en de Distelkade gegarandeerd blijft.

Wonen is een eerste levensbehoefte, recreëren kan daarop niet voorgaan. Door het niet intekenen van bovengenoemde woonschepen (boten/arken) wordt de rechtszekerheid van deze bewoners aangetast.

Wij stellen ons op het standpunt dat alle hierboven genoemde woonschepen dienen te worden ingetekend en opgenomen in het Projectbesluit Buiksloterham. Het is absoluut onacceptabel dat er ligplaatsen voor woonschepen zouden moeten verdwijnen, terwijl men in dit gebied juist wonen en werken wil combineren.

Hoogachtend,

Namens het Woonbotenkomitee Zijkanaal I en omstreken,
Bestuurslid, Gerda van Zelst

Ontvangstbevestiging op de inspraakreactie is op 18 februari 2005 bij het WBK binnengekomen.