Tuinen

Op de Commissievergadering Leefomgeving is de volgende tekst ingesproken   
        Amsterdam, 12 juni 2007

Geachte leden van de Commissie Leefomgeving,

De nieuwe versie van de beleidsnota “gebruik grond en water rondom huis en boot door particulieren” ligt ter advisering voor u en blijkt niet gewijzigd, op een enkel onbeduidend detail na. Dit betekent dat in de nota nog steeds cruciale informatie ontbreekt over belangrijke kwesties. Een zorgvuldige afweging is echter noodzakelijk, omdat deze beleidsnota voor alle wal – en bootbewoners verregaande gevolgen kan hebben qua regelgeving, maar ook op financieel gebied.
Wij willen u vanavond daarom informeren over alle ons inziens ter zake doende kwesties in dit opzicht.

De nota is zonder informatieavond ter inspraak voorgelegd. Het bestuur heeft meegedeeld dat het vrij is om te kiezen voor inspraak met of zonder informatieavond. Dat klopt op zich, maar geldt alleen als er over en weer voldoende informatie ter tafel is geweest. Dat is bepaald niet het geval. De beleidsnota en de nota van beantwoording ontberen namelijk kennis van wetten en regelgeving over grondgebruik door particulieren. Dit betekent dat wij nu uw hulp moeten inroepen en met het stadsdeel een heel gevecht moeten aangaan. Dat had voorkomen kunnen worden als een volledige procedure gevolgd was. Dit kost u en ons nu veel meer tijd dan nodig of wenselijk  is. Wij vragen ons af waar de wethouder en zijn ambtenaren bang voor zijn. Onze kennis van zaken? Wij blijven het dan ook oneens met de gevolgde procedure.

Door het WBK is op 1 juni een reactie gegeven op de Nota van beantwoording, omdat deze  onjuistheden en tegenstrijdigheden bevat en inhoudelijk niet op alle vragen wordt ingegaan. Het is onduidelijk hoeveel inspraakreacties er zijn ingediend. Namen van indieners staan niet vermeld. Daardoor is oncontroleerbaar of alle schriftelijk ingediende reacties meegenomen en beantwoord zijn. Ook heeft een aantal bewoners en het WBK geen schriftelijke beantwoording van het stadsdeel ontvangen op hun inspraakreactie. Omdat de nota van beantwoording een samenvatting betreft, mogen we gaan puzzelen of onze vragen wel of niet meegenomen en beantwoord zijn. Dit kan toch niet de bedoeling zijn? De conclusie van het bestuur, dat de inspraakreacties geen aanleiding geven tot wijziging van het beleidsplan geeft dan ook blijk van een ongelofelijke arrogantie en regenteske houding naar de burgers.

Wij vinden dat de Commissie alsnog in het bezit gesteld dient te worden van alle schriftelijke inspraakreacties, die na de inspraakavond van afgelopen 19 februari  ingediend zijn, inclusief het antwoord van het bestuur hierop. Het is van belang dat de Commissie kennis kan nemen van alle argumenten van bewoners ten einde tot een zorgvuldige afweging te komen. 

Wij verzoeken de Commissie dringend om de samenvatting en het eindverslag van de nota van beantwoording om de volgende vijf redenen niet te accepteren en deze te laten herzien:

1. Nog steeds is onduidelijk welke definitie van ongereguleerd gebruik gehanteerd wordt. In een brief aan een bewoner, op 8 maart van dit jaar,  schrijft  het stadsdeel dat het daaronder verstaat:  het gebruik waarvoor geen specifieke regeling is getroffen. Op 19 april blijkt uit een antwoord aan een andere bewoner dat het zou gaan om het gebruik waarover geen concrete schriftelijke afspraken zijn gemaakt. Het stadsdeel verzint dus ter plekke definities naar gelang het uitkomt.

Wij hebben al eerder aangegeven dat de nota niet van toepassing is op woonboten. Er is geen sprake van een openbare bestemming of openbaar (toegankelijk) groen of ongereguleerd gebruik van de oever bij woonboten.

Bestemmingsplannen geven aan dat de oever/walkant of onderberm de bestemming tuinen en erven ten behoeve van “ligplaats voor woonschepen” heeft en dat bebouwing van een berging/garage is toegestaan. De tuin is gekoppeld aan de ligplaats. Dat bij het niet tot stand komen van een contract de tuin openbaar groen zou worden, is onjuist. De bestemming “tuin ten behoeve” van de ligplaats blijft bestaan.

In de nota en in het voorstel aan de raad wordt duidelijk aangegeven: de regeling heeft betrekking op aanvragen voor tuinuitbreidingen bij woningen. Woonboten hebben geen tuinuitbreidingen in openbaar groen. Als huisbewoners de prijs voor de tuinuitbreiding te hoog vinden of het geld niet kunnen opbrengen, kunnen zij dat stuk terug geven. Het stadsdeel moet dan weer onderhoud gaan plegen (en moet dan zelf kosten maken voor onderhoud), maar huisbewoners behouden wel hun tuin. Voor bootbewoners is dat een andere situatie, hun tuin is conform het gewoonterecht formeel hun tuin en valt niet onder tuinuitbreiding.

Een uniforme (huur)regeling voor boot- en huisbewoners gaat ook niet op, omdat het verschil tussen huur en erfpacht blijft bestaan en woonboten onder een andere wetgeving vallen. Erfpacht bij tuinuitbreiding is een veel sterker recht dan huur. De huurder heeft minder rechten, maar zou wel hetzelfde bedrag moeten betalen? Verder zijn de oever/walkanten of onderberm bij woonboten allemaal verschillend en niet te vergelijken met de vlakke tuinen bij huizen.

2. De kosten en baten analyse is onvolledig en ongegrond. Bootbewoners hebben de vraag gesteld of het stadsdeel kan aangeven waarom de economische waarde van verontreinigde grond  € 6,75 per vierkante meter waard is en de schone grond van een volkstuinder  €0,50 per vierkante meter. In de nota van beantwoording is deze vraag niet beantwoord. Wij stellen de vraag hier dus opnieuw.

Overigens hoort per perceel grond of water beoordeeld te worden of gemeente belangen zich tegen particulier gebruik verzetten. Dit geldt voor zowel nieuwe aanvragen als bij (volgens het stadsdeel) vermeend ongereguleerd gebruik. Ook deze kosten moeten aan de kosten en baten analyse worden toegevoegd.

In het woonlastenonderzoek van 2005 is aangegeven dat bootbewoners hogere woonlasten hebben dan huisbewoners. Op de vraag hoe het beleid van het stadsdeel zich verhoudt met haar uitgangspunt dat de lokale lasten niet zullen stijgen, kregen we het antwoord: “ dat een stuk grond of water niet gehuurd hoeft te worden en dit geen stijging van de woonlasten betekent”. Dit antwoord is misleidend. Bij een huurcontract voor gebruik van tuin en/of water van € 6,75 per vierkante meter per jaar, met een indexering en aanpassing van de huurprijzen eens in de vijf jaar door een onafhankelijke makelaar aan de marktwaarde, is er sprake van een onaanvaardbare stijging van de woonlasten van burgers.

3. Volgens de nota van beantwoording heeft het stadsdeel niet de intentie om huurovereenkomsten onder dreiging of dwang af te sluiten. Er zou een vrije keuze zijn om al dan niet een huurcontract te accepteren, maar dit is geenszins het geval. Want in het voorstel aan de raad staat letterlijk: “ Bij niet vrijwillige ontruiming zal ontruiming in rechte moeten worden gevorderd”.

Als het afsluiten van een contract onder enige mate van dwang wordt gedaan, zal dit door de rechter nietig worden verklaard, in tegenstelling tot wat het stadsdeel beweert. Dat weet het bestuur en het blijkt ook uit jurisprudentie.
Als er geen contract tot stand komt, zal dit beleidsvoorstel dan ook uitmonden in rechtszaken tegen ontruiming van tuinen en afbraak van schuren. Deze gerechtskosten zal het stadsdeel ook bij de kosten en batenanalyse betrekken. Dat het stadsdeel in dit geval procedeert met belastinggeld en dat bewoners ook deze kosten nog eens zelf moeten betalen, is in dat geval een andere onrechtvaardige consequentie van slecht beleid.

4. Het bestuur zegt de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur (ABBB) in acht te nemen. Maar het is volstrekt in strijd met het ABBB, als het stadsdeel de tuinen bij woonboten, die soms al meer dan 70 jaar in bezit zijn van bootbewoners, wil afnemen en daarmee ook onze historisch opgebouwde rechten Of als wij nu ineens de tuinen tegen vermeende marktconforme prijzen zouden moeten gaan huren of dat er anders ontruiming volgt op onze kosten. Bovendien is het de vraag of dit juridisch mogelijk is, want waarschijnlijk zijn de bewoners als gevolg van verjaring reeds eigenaar van de grond geworden.

Het bestuur geeft aan dat een stuk grond niet in verhuur wordt aangeboden, als het ongeschikt blijkt als tuingrond. De burger moet dan zelf een bodemonderzoek op eigen kosten laten uitvoeren. Dat is de wereld op zijn kop zetten. Bovendien is algemeen bekend dat de oevers/onderbermen en zelfs de dijken bij woonboten vervuild zijn. De tuinen zullen dus vervuild zijn en om deze reden eveneens niet in verhuur aangeboden kunnen worden.
  
5. Het stadsdeel heeft al 70 jaar geen kosten, maar wil nu wel onevenredig veel gaan innen. Hoewel de verantwoordelijke wethouder en voorzitter van het stadsdeel op 1 juni nog ontkenden dat het om geld gaat, geeft het beleidsdoel punt 2. van de nota het tegendeel aan. Daar staat:  “Het stadsdeel genereert geen inkomsten, burgers dienen marktconforme tarieven te betalen” . Als het niet om geld gaat, kan het voorstel om niet van het WBK worden overgenomen. Of er kunnen prijzen vastgesteld worden, zoals die gelden voor volkstuinen. Het gevolg van het huidige voorstel zou zijn dat bewoners die € 6,75 per m2 niet kunnen opbrengen, straks hun boot moeten verkopen of hun tuinen en opstallen kwijtraken.

Op 1 juni  heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de wethouder grondzaken en de voorzitter van het stadsdeel en een afvaardiging van het WBK. Daarbij is door de voorzitter erkend dat er afspraken met het WBK zijn gemaakt, namelijk dat het voorstel van het WBK besproken zou worden voordat de nota vrijgegeven zou worden. Maar door een miscommunicatie is dit niet door de wethouder opgepakt. Wij vinden dat de toezeggingen van de voorzitter door de wethouder alsnog overgenomen moet worden, zodat onze voorstellen bij de besluitvorming betrokken kunnen worden.

Wij verzoeken de Commissie dringend om de samenvatting en eindverslag van de nota van beantwoording niet te accepteren en deze te laten herzien. Het bestuur te adviseren om de nota grond en water in heroverweging te nemen of in te trekken, gezien de vele onduidelijkheden en het feit dat er bij woonboten geen sprake is van ongereguleerd gebruik van grond en water of van tuinuitbreiding in openbaar groen.