Riool, wat moet of mag

De Wet ‘verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken’ van 1 januari 2008 omschrijft de zorgplicht van de gemeente voor de inzameling en transport van huishoudelijk afvalwater, ander afvalwater, hemelwater en grondwater. Gekoppeld aan deze zorgplichten krijgt de gemeente mogelijkheden om ander afvalwater, hemelwater en grondwater niet te accepteren en de houder te dwingen eerst zelf voor de verwerking van dat water te zorgen. (zie www.infomil.nl)De gemeente krijgt mogelijkheden om heffingen op te leggen voor alle taken die te maken hebben met stedelijk afvalwater. Heffing zonder aansluiting is mogelijk.
De mogelijkheid om binnen de zorgplicht alternatieve systemen voor riolering toe te passen is nu ook opgenomen (10.33.2). Zoals bijvoorbeeld de IBA (Individuele Behandeling Afvalwater), ook in de bebouwde kom.

Het lozen van afvalwater werd tot dit jaar geregeld met lozingenbesluiten voor lozing op het water en voor lozingen in de bodem: het Lozingenbesluit huishoudelijkafvalwater Wvo en het Lozingenbesluit bodembescherming. Nu is er een nieuwe Algemene maatregel van bestuur waarmee de lozingen vanuit huishoudens wordt geregeld: het Lozingenbesluit Afvalwater huishoudens. Veel van de artikelen uit de oude besluiten komen terug in het nieuwe besluit. Nu blijft lozen verboden en is er een mogelijkheid om te lozen via een voorziening als het riool meer dan 40 meter verwijderd is. Deze voorziening wordt in een aparte regeling beschreven, de Regeling lozing afvalwater huishoudens. De daarin beschreven voorziening is de oude vertrouwde 6000 liter septictank.

In artikel 11 van het Besluit wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken van de standaardregels voor lozing op oppervlakte water. Het bevoegd gezag mag in bepaalde gevallen een andere voorziening dan de septictank eisen (11.3).
Ook is er de mogelijkheid dat een minder vergaande voorziening, of zelfs helemaal niets, wordt toegestaan. Mits het belang van de bescherming van het oppervlaktewater niet wordt geschaad.

· Dit kan betekenen dat in het buitengebied waar geen riool wordt aangelegd en waar de septictank dus als voorgeschreven voorziening moet worden geplaatst, men accepteert dat geloosd wordt via bestaande te kleine septictanks.

· Er kan zelfs bepaald worden door het waterschap dat in een bepaald gebied helemaal zonder voorziening wordt geloosd (11.4.b) . Een woonboot in het buitengebied (zoals het Buiten IJ) kan met rust gelaten worden. Dat was met het oude Besluit niet mogelijk.

· In een gebied waar de afstand tot het riool minder dan 40 m is, ligt dit moeilijker, want art. 10.4 eist dat er niet geloosd wordt binnen 40 m van het riool. De afstand wordt gemeten vanaf de kadastrale grens van het perceel, via de lijn waarlangs zonder overwegende bezwaren de afvoerleiding kan worden aangelegd. Bij lozingen vanaf woonboten is de lijn nogal eens langer dan 40 m. In die gevallen kan het waterschap gebruik maken van genoemd art. 11.4.b.

· Het “niet strijdig zijn met het belang van de bescherming van het milieu” is een breed begrip. Het is op open water moeilijk aan te tonen dat huishoudelijke lozingen het milieubelang aantasten, andersom is het ook moeilijk aan te tonen dat de lozingen dit niet doen. Veel hangt af van de nuchterheid van het Waterschap.

Dat ongezuiverd lozen echt-helemaal-nooit-mag is vanaf 1 januari niet meer waar.

Bewerkte tekst van:
Debets bv, een adviesbureau met als hoofddoel kennisdeling www.debetsbv.nl
(Bron: Juridisch Beken Artikel uit Woonboot magazine 2008-1)

Waterwet

Negen wetten voor het waterbeheer in Nederland worden vervangen door één nieuwe Waterwet. Deze Waterwet regelt het beheer van het oppervlaktewater en grondwater in Nederland en geeft een samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet treedt naar verwachting in 2009 in werking.
De wetten die opgenomen worden in de nieuwe wet zijn: de Wet op de waterhuishouding, de Wet op de waterkering, de Grondwaterwet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater, de Wet droogmakerijen en indijkingen, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterstaatswet 1900 en de Wrakkenwet.
Met de Waterwet hebben het rijk, waterschappen, gemeenten en provincies sterkere middelen in handen om waterveiligheid, vervuiling, wateroverlast en een tekort aan water tegen te gaan. Ook voorziet de wet erin dat er, afhankelijk van de functie die het water krijgt, eisen worden gesteld aan de waterkwaliteit en de manier waarop het over de ruimte wordt verdeeld. Zo worden er verschillende normen gesteld voor vaar-, industrie- en zwemwater.
Een ander gevolg van de Waterwet is dat alle vergunningstelsels op de schop gaan. Er komt één watervergunning in plaats van zes.
De Tweede Kamer heeft dit wetsvoorstel in april 2008 aangenomen.

Meer over de Waterwet op www.waterwet.nl
of via de helpdesk water www.helpdeskwater.nl of 0800-6502837

Geert Lewis