Op 3 juni hield het stadsdeel het jaarlijkse samenzijn met woonschip bewoners op het Buiten IJ en hun walburen. Echt nieuws vanuit het stadsdeel was er niet. Alleen bevestiging van eerdere aankondigingen.
Een ambtenaar kwam uitleggen dat het bij de komende nieuwe huisnummering van onze schepen nodig was dat de precieze plaats van het schip ten opzichte van de steiger, de dijk en buurschepen uit de nummering blijkt. Hulpdiensten zouden dat verlangen in ons eigen belang. Raar hoor, want als er iets aan de hand is weet je toch dat je altijd op de dijk moet gaan staan omdat er anders onnodig tijd verloren gaat. Op de kant gaat dat toch net zo?
Dat zo’n nummering dus niet daarom noodzakelijk is, het kwam niet over. Ook niet dat varende woonschepen roerend goed zijn en dus een andere benadering nodig hebben dan bij onroerend goed.
Vraag: wat te doen als een woonschip een reisje gaat maken? Moet binnen 5 dagen een adreswijziging doorgeven.
Vraag: wat te doen als het eerste schip aan de steiger een tijdje weg gaat? Dan moeten alle buren buitenop een verhuizing opgeven. Dat zal dus niet gaan gebeuren.
De oneigenlijke argumenten zijn beledigend. Van dit belachelijke nummeringsysteem is bij voorbaat duidelijk dat de pretenties nooit waar gemaakt worden. Erger is dat dit systeem nooit de legitieme voorwaarde kan zijn om bewoners op hun schip in te schrijven. Toch wordt het zo gebracht omdat de ambtenaren in Noord niet willen toegeven dat ze al die jaren fout hebben gezeten met te weigeren bewoners op hun schip in te schrijven, terwijl dat via andere filialen van het Bevolkingsregister altijd wel heeft gekund. Het is gewoon weer ambtelijke onwil.
Die hele nummering is overigens weer opgehouden omdat vergeten is op tijd aan TNT te vragen wat de postcode is van de woonschepen tussen brug en tunnel. Zodra dat rond is en daarna ook de vakanties voorbij zijn, wordt schip voor schip bezocht om vast te stellen wie er nu eigenlijk op woont.
Rijkswaterstaat
Het verhaal van Rijkswaterstaat bracht ander nieuws. De reorganisaties bij Rijkswaterstaat hebben zowel het personeel als de organisatie door elkaar gegooid. De vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat is dus een invaller.
De betrachtte optimale nautische veiligheid voor binnenvaart en pleziervaart, het is allemaal begrijpelijk, evenals de oude claim voor rustplaatsen voor de beroepsvaart. De gewenste scheiding tussen beroepsvaart en woonschepen kwam ook weer terug, zonder een uitwerkingsvoorstel.
Wat voor Rijkswaterstaat nu roet in het eten gooit, is een half mei in Den Haag gedropt ‘ontwerp basisnet’ met ruimtelijke ordening voorschriften voor alle Nederlandse vaarwegen. Dus weer veel bureauregels over gevaarlijke stoffen en risicofactoren. De inhoud en hoe serieus dit is te nemen, is voor Rijkswaterstaat nog niet in te schatten.
Er komt voor de binnenvaart weer een nieuwe studie -die minstens tot februari 2009 loopt- naar benodigde wachtplaatsen op de hoofdvaarweg Amsterdam – Lemmer. Een beetje flauw, maar iedereen weet natuurlijk allang dat daaruit moet komen dat buiten de Oranjesluizen een wachtplaats voor 135 meterschepen en kegelschepen nodig zal zijn. Maar hoe het staat met de verplichte vervanging van de wachtplaatsen op Durgerdam, omdat die geen afloop hebben, daar had de vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat directie Noord-Holland helaas geen informatie over. Jammer, want zodra die nieuwe wachtplaatsen aangelegd worden, is er ook geen noodzaak meer om woonschepen op steiger 3 en 4 in Schellingwoude weg te halen. Vooralsnog is er allang een plan die nieuwe steigers op de zuidoever tegen Zeeburg aan te leggen, bij de tunnel en schuin op de as van het vaarwater.
Geert Lewis