brief 20 januari 2005 – aangewezen ligplaatsen (art. 31) en art. 88 Huisvestingswet

Aan het Dagelijks Bestuur van het
Stadsdeel Amsterdam-Noord
Postbus 37608
1030 BB Amsterdam

Amsterdam, 20 januari 2005

Uw kenmerk: 126932/139528

Betreft: aangewezen ligplaatsen (art. 31) en art. 88 Huisvestingswet.

Geacht bestuur,

Naar aanleiding van uw brief van 3 januari 2005 delen wij u het volgende mee. Het verbaast ons ten zeerste dat de brief ondertekend is door de voormalige voorzitter van het Dagelijks Bestuur mw. J. Peppels. De betrokken ambtenaar heeft telefonisch mee gedeeld dat het besluit over beantwoording van onze brieven op 21 december 2004 door het toen nog in functie zijnde Dagelijks Bestuur genomen is. Uit de besluitenlijst van het Dagelijks Bestuur van 21 december van 9.05 uur t/m13.55 uur blijkt dit besluit niet genomen is (zie bijlage). Ons rest dan ook geen andere conclusie dan dat de brief van 3 januari 2005 onbevoegd is ondertekend.

Ook blijkt dat op de site van het Stadsdeel m.b.t de aanvraag ligplaatsvergunning al op 25-11-2004  gesproken wordt van een voormalig aangewezen ligplaats op grond van art. 31. Op die datum kon er nog niet gesproken worden van voormalig omdat daar pas op 21-12-2004 een besluit over genomen zou zijn. Wij willen van u vernemen wie dat besluit heeft genomen: het DB of de ambtelijke dienst.

In alinea 5 van uw brief staat dat art. 2.2. van de VHB van 1995 geen inhoud meer heeft en dat de aanwezige woonboten derhalve vergunningplichtig zijn. Maar in alinea 8 blijkt dat de stedelijke ambtelijke werkgroep die bezig is de VHB te herzien het artikel 2.2. waarschijnlijk zal schrappen en dat het voorstel tot herziening nog aan wethouder Stadig voorgelegd moet worden. Dit betekent dat er met het aanvragen van een ligplaatsvergunning vooruitgelopen is op deze eventuele wijziging.

Ook staat er in uw brief dat u onze visie niet deelt. Het gaat hier niet om een visie. Wij hebben op 26 augustus jl. met juridisch onderbouwde argumenten aangetoond waarom het art. 31 zoals opgenomen in de Huisvestingswet art. 88 onverkort moet worden voortgezet. Volgens u moet er een ligplaatsvergunning aangevraagd worden als gevolg van het vervallen van de wet en ook het raadsbesluit.  Dit is niet juist: in de eerste plaats omdat art. 31 is overgegaan naar de Huisvestingswet. Ten tweede er is geen raadsbesluit genomen maar zijn de aangewezen ligplaatsen bij besluit door Burgermeester en Wethouders van Amsterdam genomen ( reeds vanaf 1921). Dit besluit is nooit ingetrokken.

In uw brief van 20 juli 2004 wordt de indruk gewekt dat het aanvragen van de ligplaatsvergunning slechts een formaliteit betreft en omdat de brief een informatieve status heeft kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht geen formeel bezwaar gemaakt worden.

Indien u een ligplaatsvergunning inclusief bezwaarclausule verstrekt had aan de betrokken bewoners, zoals bij het Koppelingpad en Verstuiverstraat is gedaan, dan zou ieder voor zich hebben kunnen besluiten wat te doen . Deze kwestie loopt zo lang omdat u in januari 2005 pas heeft gereageerd op onze brief van 8 november jl. terwijl wij bij brief op 26 augustus jl. u  hierover al gemotiveerd hebben geïnformeerd.

Tot slot vraagt u wat het belang van deze discussie is,
Voor ons is dit geen discussie. Het WBK hecht er belang aan om op volwaardige manier behandeld te worden. In uw brief ontbreekt de juridische onderbouwing om deze wijzigingen in onze rechtspositie door te voeren.

Wij gaan er van uit dat we binnen  een  termijn van 6 weken van u een zakelijk, alsmede juridisch onderbouwd, antwoord ontvangen. Gebeurt dit niet, dan zien we ons genoodzaakt om in deze vastlopende conflictsituatie andere stappen te ondernemen.

Hoogachtend,

Namens het Woonboten Komitee Zijkanaal I e.o
G. van Zelst, bestuurslid

Bijlagen: bijlage besluitenlijst DB – 21 december 2004
kopie site sdan betr. aanvraag ligplaatsvergunning
brief WBK van 26 augustus 2004